Notice: Functie _load_textdomain_just_in_time werd verkeerd aangeroepen. Vertaling laden voor het twentytwentyone domein werd te vroeg geactiveerd. Dit is meestal een aanwijzing dat er wat code in de plugin of het thema te vroeg tegenkomt. Vertalingen moeten worden geladen bij de init actie of later. Lees Foutopsporing in WordPress voor meer informatie. (Dit bericht is toegevoegd in versie 6.7.0.) in /home/kuitenbi/domains/kuitenbijters.com/public_html/wp-includes/functions.php on line 6131
Tijs – Pagina 7 – Kuitenbijters

Le Vieux Thier (Huy)

Waar de drommen fietstoeristen zich opstellen aan Le Pied de Mur om de plaatselijke mythe aan hun palmares toe te voegen rust haar alter-ego op een steenworp noordwaarts. De Vieux Thier is niet met kalk geroemd, kent geen kapel aan haar zijde of Chapel aan de top. Deze oude reus verdraagt gestaag de verloren renners die haar pad kozen. Scheuren als rimpels op haar ziel dwingen de renner tot een zwalkende klim. Er ontgaat maar weinig aan de Encyclopedie Cotacol. Ook het knusse Huy baarde vier pagina’s met het klimwerk van de meest afzichtige soort. Echter, deze oude reus ontrok zich aan de indexering van Daniel Gobert en de zijne. Waarschijnlijk vanwege het eenrichtingsverkeer die de gezagsgetrouwen onder ons doen kiezen voor de ietwat saaie variant aan haar rechterzijde die de titel ‘Vieux’ niet op haar blazoen mocht dragen. Het Kuitenbijtersteam keek voorbij de roestige borden en koos voor een frontale aanval op Huy’s verborgen klim.
Wie niet ontmoedigd is door de aanblik van een kleine 20% die de renner vanaf de doorgaande weg aanstaart wordt in deze rit tot drie maal toe aan een psychische kwelling blootgesteld. De percentages, de scheuren en het losse grind beproeven de coureur. Daarbij lijken donkere wolken zich boven Huy samen te pakken wanneer de renner zich op de bossige passage waagt. Net wanneer hij alle zicht nodig heeft om zijn pad te bepalen trekt het zonlicht zich terug. Al stapvoets klimmend is het ontdoen van een zonnebril geen sinecure. Met een vertrokken gelaat kijkt hij over de rand van zijn bril heen om zo zijn pad te ontcijferen. Hier ontbreken de harde cijfers, maar wij konden niet anders dan vaststellen dat de helling ons hier op 20+ procentpunten trakteert. Op elke driesprong lonkt de afdaling naar links, maar de échte die hard kiest voor de pijn en ondergaat de 1000 meter als een eerbetoon aan de Reus van Huy.

Le Sartay ( Embourg )

Daar waar de Vesdre en de l’Ourthe in elkaar samen vloeien, ligt de heuvel waarop het dorp Embourg (gem. Chaudfontaine) is gebouwd. Met het beklimmen van deze heuvel verandert langzaam het landschap, van de grauwe stad Luik naar een groen Embourg. Ook de huizen worden villa’s en hebben hier grotere tuinen. Ik vermoed dat hier de Luikernaren wonen, die het geluk hebben om wat beter in de slappe was te zitten. Embourg is dus waarschijnlijk het Beverlyhills van Luik, daarmee niet uitsluitend dat Luik nog meer Beverlies kent.
Deze pukkel is voor ons allooi fietsers, welke de verleiding van het beklimmen van elke oneffenheid niet kunnen weerstaan, best interessant. Je kunt hem op een 7-tal plaatsen bestijgen en natuurlijk ook afdalen. Daarnaast doet ook de autosnelweg E25 (welke berucht is voor de vakantiegangers) hier een poging om wat hoogte meters te winnen, om vervolgens enkele kilometers verderop als scherprechter te fungeren voor de Hollander die zijn caravan iets te zwaar heeft beladen. Het wegdek van de hoofdwegen is hier van Nederlandse kwaliteit, en waarom zouden de Dagoberts van Embourg met minder genoegen nemen? De triviale klimmetjes moeten met ietsjes minder kwalitatief asfalt genoegen nemen.
Het kostte mij enige moeite om, de op de Cotacol vermelde, Le Sartay terug te vinden. Aan de west zijde kan je de berg namelijk op 4 manieren beklimmen: Namelijk via Rue François Jacquemart, Sentier du Lièvre, Rue Marthysart en Rue Piere Henvard. De laatste bleek de enige te zijn die que profiel aan Le Sartay voldoet. Niets op deze helling doet zijn naam bevestigen, alleen een straatje onderaan welke Clos du Sartay (Wijngaard van de Sartay) heet, en deze is het zeker niet, want na een korte maar hevige klim, las ik van de verbaasde gezichten van de bewoners: Meneer, deze straat loopt dood. Le Sartay is de “loper” en meest makkelijke manier om de heuvel van Embourg te veroveren. De Cotacol geeft hem ook maar 128 punten, deze klim is dus voor ons Kuiterbijters het minst interessant , de andere 3 hebben namelijk stijgingspercentages van tot 18% (onder staat het bordje 16% en boven 18%, waarschijnlijk waren de borden 17% op) en hebben dus veel meer “bite” en zullen ons zeker uit het zadel dwingen. Voor de echte liefhebbers, fetisjisten en Houtepennen, hieronder een korte route om ze alle 3 achter elkaar te nemen:
Via Pont de Chênée verlaat u luik richting Embourg. Rechtdoor over de Rue de Beaufraipont welke overgaat in Boulevard de l’Ourthe. Over de autosnelweg E25 de tweede straat Rue Joseph Deflandre rechts, deze helemaal uitrijden na het tweede viaduct, de tweede straat rechts Rue Marthysart na 100 m. Y-splitsing links aanhouden en Rue Marthysart helemaal uitrijden. Aan het einde links Rue de Grady ook deze straat helemaal uitrijden, bij kerkhof links Rue Albert Bataille, einde weg weer links hoofdweg N30 (Voie de l’Ardenne,) op, na de rotonde bij het winkelcentrum (GB) links en direct rechts Rue François Jacquemart, (de afdaling kunt alvast verkennen), 2-maal bij Y-splitsing links aanhouden. Helemaal uitrijden tot onder. Linksaf Rue Joseph Deflandre eerste straat (Y-splitsing) links omhoog Sentier du Lièvre (het hazenpad kiezen dus) gaat over in Sur les Heids, bovenaan rechtdoor Rue de Sélys einde weg links (scherpe bocht) Rue Pierre Henvard. Le Sartay afdalen, onder viaduct door Rue Joseph Deflandre vlak voor tweede viaduct rechts Rue François Jacquemart . Voor het geval dat u nu elk gevoel, en dus ook dat voor richting, bent verloren: Einde straat 2-maal Links en u zit weer op de hoofdweg richting Luik

Le Rosier (Spa)

Le Rosier (‘de rozentuin’) is een van Belgisch’ klassieke heuvels. Er zijn een half dozijn wegen die naar de top leiden en daarin overtreft de een de ander in schoonheid. Hoewel het geen kuitenbijters zijn in enge zin, zijn ze door hun lengte en esthetiek de uitdaging zeker waard

Het mondaine Spa, aan de voet van de Rosier biedt een mooie uitvalbasis om deze parel van de hoge Ardennen te beklimmen. Maar ook de gehuchten Stoumont, La Gleize en Moulin de Ruy bieden toegang tot de mooiste heuvel van België.

Vertrekpunt Spa:
Vanuit Place Verte, vanaf de trappen van het casino, liggen er drie alternatieven in het verschiet. Côte de Creppe, de weg geflankeerd met luxe villa’s uit Spa’s hoogtijdagen, die met een gemoedelijke 6 a 7 % 2500 meters omhoog loopt. Daarnaast zijn er de twee parels van de regio; Rosier Nord I en II. Deze laatste overtreffen Cote de Creppe in lengte en zijn met respectievelijk 5500 en 6800 meter de langste beklimmingen vanuit Spa. Met een prima wegdek (geen vanzelfsprekendheid in Wallonië), weinig tot geen verkeer, en brede haarspeldbochten zijn deze wegen een feest om op te rijden. Met een beetje fantasie past er aan weerzijde een drie-rijen-dik-publiek op. Wat meer aan motivatie kan een eenzame klimmer zich wensen?

Le Nid d ‘Aguesse (Pepinster)

Achter onze traditionele vertrekplaats in Pepinster gaf de Cotacol een van haar pronkstukken prijs. Met een grafiek alsof het een achtbaan betreft beloofde deze klim een psychologische kwelling. Vanaf de parkeerplaats nemen we niet, zoals gebruikelijk, de doorgaande weg richting Spa, maar kiezen voor het tunneltje onder de aangrenzende spoorweg.

De eerste kasseien kabbelen gedwee onder onze banden door terwijl wij bedachtzaam een weg kiezen in het doolhof van stadse steegjes. Via het treinstation laten wij ons leiden door het hoogteverschil in de weg. Korte, felle stukjes die wij al staand-op-de-pedalen nemen. De scheve gevels ontnemen ons het zicht op de top. Dat is dan ook wat deze klim dan ook zo verraderlijk maakt. Het wegdek, afgewisseld door stukjes kasei, slingert zich naar boven. De tweede helft van de klim biedt meer zicht, maar des te minder hoop. Net wanneer de kuiten beginnen te protesteren doemt er een rechtlijnig stuk parcours op dat door haar 20% de coureur met gevouwen armen en stalen blik ontvangt. Als een David die schoorvoetend zijn Goliath nadert, klimmen we verder. De adem, ritmisch en zwaar, begeleidt door een blik op de horizon verhuld door de ochtendzon. Geknepen ogen die in een
soort van trance naar de top staren. “Meter voor meter”, denk ik, om de psyche als factor uit te schakelen. Op de laatste meters van de klim desintegreert de versleten weg onder de banden. Asfalt verdwijnt en laat een gekuilde landweg over. Bitumen wordt grind, grind wordt leem. Leem, glinsterend in de dauw. In het zicht van de top trap ik door waarbij het slippende wiel me uit balans brengt. In een reflex schiet ik uit de clips en het grondcontact is een feit. Over mijn schouder kijk ik naar het gevolg die mijn afstappen als een welkom excuus aanvaart om de beklimming te staken. We troosten ons met het feit dat het ‘fietsbare’ gedeelte van de Nid d’Aguesse aan het Curriculum Vitae is toegevoegd. In de afdaling slaat de misselijkheid toe en voelen de elastieken banden van mijn fietsbroek als een juk op mijn schouders. Het zal tot voorbij Theux duren voordat ik geestelijk weer op adem ben. De fietser is klein bij het tektonische natuurgeweld van de Ardennen.

Le Ferme Libert (Malmedy)

Op een steenworp van Malmedy, ligt het gehucht van Bervercé. Deze juwelendoos vol met schitterende paarlen claimt niet minder dan zes vermeldingen in de Encyclopedie Cotacol die zonder uitzondering ruim boven de 130 punten scoren.

Elk hebben ze een ander karakter. De kuitenbijter-kopgroep werd getipt en daalde onbezorgd de meanderende Tros Marets af Op zoek naar La Ferme Libert. Vanaf ‘Signal de Botrange’, in de afdaling die bijna 10 km telt, is er voldoende tijd om de kuiten los te schudden voor het explosieve geweld van La Ferme Libert. Met een lengte van 1250 meter en maxima tot 20% is zij het meest Kuitenbijterwaardig van de zes. Veel bedenktijd is er niet. Al snel is de coureur op zoek naar de breedte van de weg om de percentages te drukken. Dwars op de helling is het immers het best genieten van de bosrijke glooiing die de klim begeleid. Op driekwart van de klim lonkt het terras van La Ferme met een duivelse venijnigheid. Lof voor diegenen die de wilskracht tonen om ook de laatste 200 meter op de pedalen gaan staan om ook die meters te bedwingen. De dood of de gladiolen!

De grijns op de lippen, die de sterksten siert terwijl men in de korte afdaling naar het terras inzet, is het afzien meer dan waard. De hoeve in Oostenrijkse stijl biedt de welverdiende rust. De Hoegaarden is niet van tap, maar ijskoud geserveerd. Gedurende de klim is er een steeds rijker wordende uitzicht over het dal van Malmedy. Deze prachtige klim scoort met recht een tweede plek in de Kuitenbijter-index. Vanwege haar esthetische karakter en haar uitzicht aan de top dingt zij ook mee naar de kwalificatie van Kuitenbijters’ Mooiste. Ben bedacht voor het kraantje met het bordje ‘pour le chien’. Voor diegenen die het Frans niet helemaal meester zijn. Het water is niet bidon-fähig.

La Trasenster (Nessonvaux)

Voor diegenen waar fietsen en religie een verwantschap tonen is er het plaatsje Banneux. Dit hoog gelegen bedevaartsoord is een welkome place de fourage voor fietsers die de omringende hellingen hebben bedwongen of die naast Extran en dorstlessers dat beetje extra nodig hebben om hun bidon mee te vullen. Twee van die hellingen zijn de prachtige Cote de Trasenster Nord en Ouest. Beide hellingen scoren niet hoog in de Kuitenbijter-index, maar zijn vanwege hun esthetische karakter vermeldenswaardig. Het zijn hellingen met voor ieder wat wils. Haarspeldbochten, variatie in stijgingspercentage en adembenemende uitzichten. Eenmaal in Banneux aangekomen ligt er een lange afdaling in het verschiet die de prelude van de Redoute zou kunnen zijn.

La Saute

Eigenlijk is dit geen verhaal over een klim………. het is er een van een afdaling. ….

Normaliter ligt de beloning van de coureur aan de top. Bij La Saute is echter alles anders . Hier ligt de beloning aan de voet, na het dalen.

De meeste van u zullen bij het bereiken van de klim de lokroep van de Drolenval niet hebben kunnen weerstaan. Met deze kuitenbijter eerste klas in de benen is het een zonde deze nabijliggende klim niet aan u palmares toe te voegen. Ben niet bevreesd, La Saute zal u met zachtere hand behandelen dan haar naastliggende zusterklim. Geen steile hectometers welke u doen vervloeken en uit het zadel zullen doen dwingen. Echter een helling om al danseusend te slechten.

De crux zit hem echter aan de voet. De belofte van de helling openbaart zich al aan u terwijl u rustig meanderend daalt naar een stukje verscholen Wallonië. Een stukje puur pastoraal genoegen, onverstoord door cyclo of toertocht.

Onder aan Le Saute ligt het beloofde nirwana. Een enclave badend in rust en vergetelheid.

Daal af als u durft en kijk of u weer de moed heeft om dit kleine paradijsje de rug toe te keren……misschien ligt het er de volgende keer niet meer……

La Redoute (Remouchamps)

Dé klassieker uit Luik-Bastenaken-Luik ! De Redoute is zo gevreesd als geprezen. Esthetisch haalt deze pukkel van de westelijke Ardennen het niet bij de bosrijke omgeving van Spa en de Haute Fagnes. De zweem van gesneuvelde trots maakt echter veel goed. Het is deze plek die in menig wielerseizoen de hoop van veelbelovende coureurs deed sneuvelen. De legendes zijn met grove kalk op het bitumen geschreven.
Hoewel de Redoute niet tot het Europese hooggebergte behoort, lijkt de lucht na de eerste 1000 meters ijl te worden. Het zullen de 20 procenten in stijging zijn die de renner op dit stukje historische grond schrapend naar zuurstof doen happen. Het door zacht gras omringde bankje vanwaar er ongetwijfeld een mooi uitzicht op Remouchamps te zien is, is een duivelse verleiding. Nog 400 meter afzien tot de eeuwige roem de Redoute gedaan te hebben! Met 249 punten scoort zij in de Cotacol een verdienstelijke 40ste plaats. In de kuitenbijter-index is zij vanwege haar anstrengende karakter een 25ste plek waard.

Kinkenweg ( Montzen)

Tegen de grens van de Oost-kantons ten zuid-westen van het plaatsje Montzen (Plombières) ligt de Kinkenweg. Hoewel de gelijknamige weg al begint in Montzen zelf en al vals plat oploopt, ligt het begin van de eigenlijke klim aan het begin van het bos in de richting van Henri-Chapelle. De Kinkenweg is te bereiken door vanuit de weg Hombourg-Montzen (rue de Birken), even voor het einde van Montzen en net voor het spoor naar rechts de Kinkenweg in te slaan.
De zwaarste beproeving bevindt zich in het begin van de klim. Na net het bos betreden te hebben stijgen de percentages al gauw boven de 20%. Na een kleine 75m van deze strook, waarbij het voorwiel van de grond neigt te komen vlakt het weer af. Dan kun je een tijdje weer “op adem komen” waarna het slot er aan komt waarbij opnieuw percentages van rond de 18% behaald worden. Aan je linker kant zie je dan gelijktijdig “de lokale Tiger Woods” een balletje slaan. Jammer dat het middenstuk van de klim niet stijl genoeg is om na je na het beginstuk echt te laten lijden. Toch een echte kuitenbijter die mooi gecombineerd kan worden met bijvoorbeeld “Berg La Clouse” via afdaling Birven, of als opwarmer voor het “echte” werk meer zuidelijker.

Heids des Chenes (Fleron)

Onder de rook van Luik liggen er twee kuitenbijters aan weerszijde van de weg Jupille – Fleron, die de liefhebber niet mag missen: Cote des Heids & Heids des Chenes. Hoewel ze geenszins mooi zijn maken ze deel uit van de meest uitdagende route tussen Visé en Trooz die het dal overdwars doorsnijdt. En trouwens, wie heeft er oog voor de weelderige natuur wanneer hij kromgebogen bijt in een helling van 21%?
Het grauwe grijs van de Luikse voorstad vindt dan ook haar weerspiegeling in charismatische lelijkheid deze onvervalste kuitenbijters. Vanuit de richting Visé, via Blegny en het gehucht Saive, daalt u door de nieuw aangelegde woonwijk van Queue-du-bois over biljart-glad-zwart-asfalt, al slingerend richting het verstedelijkte dal. Let wel, met uw derrière achter uw zadel om niet te worden ingehaald door uw achterwiel. Bij de bloembakken laat u de remmen los om de rug te rechten voor de klim richting Fleron. De pijn zit in de eerste meters van de klim. De weg is te smal om al laverend de percentages te omzeilen al vragen de gaten in de weg om een bedachtzame stuurmanskunst. Af en toe voelt uw stuur zo veder licht dat het bijna leidt tot een ongeplande wheelie. Zo moet het dus voelen om een fiets van drie-en-een-halve kilo te hebben… althans aan de voorkant, want het achterwiel lijkt van lood te zijn. Eenmaal boven slaan de zwarte vlekken toe en heeft de coureur een paar honderd meter vals plat om zich bijeen te rapen voor de afdaling richting Chaudfontaine. Via de mooie cotes de Foret of Bouny stevent u af op het groenbeboste dal van Trooz.