Waar de drommen fietstoeristen zich opstellen aan Le Pied de Mur om de plaatselijke mythe aan hun palmares toe te voegen rust haar alter-ego op een steenworp noordwaarts. De Vieux Thier is niet met kalk geroemd, kent geen kapel aan haar zijde of Chapel aan de top. Deze oude reus verdraagt gestaag de verloren renners die haar pad kozen. Scheuren als rimpels op haar ziel dwingen de renner tot een zwalkende klim. Er ontgaat maar weinig aan de Encyclopedie Cotacol. Ook het knusse Huy baarde vier pagina’s met het klimwerk van de meest afzichtige soort. Echter, deze oude reus ontrok zich aan de indexering van Daniel Gobert en de zijne. Waarschijnlijk vanwege het eenrichtingsverkeer die de gezagsgetrouwen onder ons doen kiezen voor de ietwat saaie variant aan haar rechterzijde die de titel ‘Vieux’ niet op haar blazoen mocht dragen. Het Kuitenbijtersteam keek voorbij de roestige borden en koos voor een frontale aanval op Huy’s verborgen klim.
Wie niet ontmoedigd is door de aanblik van een kleine 20% die de renner vanaf de doorgaande weg aanstaart wordt in deze rit tot drie maal toe aan een psychische kwelling blootgesteld. De percentages, de scheuren en het losse grind beproeven de coureur. Daarbij lijken donkere wolken zich boven Huy samen te pakken wanneer de renner zich op de bossige passage waagt. Net wanneer hij alle zicht nodig heeft om zijn pad te bepalen trekt het zonlicht zich terug. Al stapvoets klimmend is het ontdoen van een zonnebril geen sinecure. Met een vertrokken gelaat kijkt hij over de rand van zijn bril heen om zo zijn pad te ontcijferen. Hier ontbreken de harde cijfers, maar wij konden niet anders dan vaststellen dat de helling ons hier op 20+ procentpunten trakteert. Op elke driesprong lonkt de afdaling naar links, maar de échte die hard kiest voor de pijn en ondergaat de 1000 meter als een eerbetoon aan de Reus van Huy.
Daar waar de Vesdre en de l’Ourthe in elkaar samen vloeien, ligt de heuvel waarop het dorp Embourg (gem. Chaudfontaine) is gebouwd. Met het beklimmen van deze heuvel verandert langzaam het landschap, van de grauwe stad Luik naar een groen Embourg. Ook de huizen worden villa’s en hebben hier grotere tuinen. Ik vermoed dat hier de Luikernaren wonen, die het geluk hebben om wat beter in de slappe was te zitten. Embourg is dus waarschijnlijk het Beverlyhills van Luik, daarmee niet uitsluitend dat Luik nog meer Beverlies kent. 

Le Rosier (‘de rozentuin’) is een van Belgisch’ klassieke heuvels. Er zijn een half dozijn wegen die naar de top leiden en daarin overtreft de een de ander in schoonheid. Hoewel het geen kuitenbijters zijn in enge zin, zijn ze door hun lengte en esthetiek de uitdaging zeker waard



Achter onze traditionele vertrekplaats in Pepinster gaf de Cotacol een van haar pronkstukken prijs. Met een grafiek alsof het een achtbaan betreft beloofde deze klim een psychologische kwelling. Vanaf de parkeerplaats nemen we niet, zoals gebruikelijk, de doorgaande weg richting Spa, maar kiezen voor het tunneltje onder de aangrenzende spoorweg.
klim biedt meer zicht, maar des te minder hoop. Net wanneer de kuiten beginnen te protesteren doemt er een rechtlijnig stuk parcours op dat door haar 20% de coureur met gevouwen armen en stalen blik ontvangt. Als een David die schoorvoetend zijn Goliath nadert, klimmen we verder. De adem, ritmisch en zwaar, begeleidt door een blik op de horizon verhuld door de ochtendzon. Geknepen ogen die in een
Op een steenworp van Malmedy, ligt het gehucht van Bervercé. Deze juwelendoos vol met schitterende paarlen claimt niet minder dan zes vermeldingen in de Encyclopedie Cotacol die zonder uitzondering ruim boven de 130 punten scoren.
breedte van de weg om de percentages te drukken. Dwars op de helling is het immers het best genieten van de bosrijke glooiing die de klim begeleid. Op driekwart van de klim lonkt het terras van La Ferme met een duivelse venijnigheid. Lof voor diegenen die de wilskracht tonen om ook de laatste 200 meter op de pedalen gaan staan om ook die meters te bedwingen. De dood of de gladiolen!
Voor diegenen waar fietsen en religie een verwantschap tonen is er het plaatsje Banneux. Dit hoog gelegen bedevaartsoord is een welkome place de fourage voor fietsers die de omringende hellingen hebben bedwongen of die naast Extran en dorstlessers dat beetje extra nodig hebben om hun bidon mee te vullen. Twee van die hellingen zijn de prachtige Cote de Trasenster Nord en Ouest. Beide hellingen scoren niet hoog in de Kuitenbijter-index, maar zijn vanwege hun esthetische karakter vermeldenswaardig. Het zijn hellingen met voor ieder wat wils. Haarspeldbochten, variatie in stijgingspercentage en adembenemende uitzichten. Eenmaal in Banneux aangekomen ligt er een lange afdaling in het verschiet die de prelude van de Redoute zou kunnen zijn.


Eigenlijk is dit geen verhaal over een klim………. het is er een van een afdaling. ….

Dé klassieker uit Luik-Bastenaken-Luik ! De Redoute is zo gevreesd als geprezen. Esthetisch haalt deze pukkel van de westelijke Ardennen het niet bij de bosrijke omgeving van Spa en de Haute Fagnes. De zweem van gesneuvelde trots maakt echter veel goed. Het is deze plek die in menig wielerseizoen de hoop van veelbelovende coureurs deed sneuvelen. De legendes zijn met grove kalk op het bitumen geschreven.
Tegen de grens van de Oost-kantons ten zuid-westen van het plaatsje Montzen (Plombières) ligt de Kinkenweg. Hoewel de gelijknamige weg al begint in Montzen zelf en al vals plat oploopt, ligt het begin van de eigenlijke klim aan het begin van het bos in de richting van Henri-Chapelle. De Kinkenweg is te bereiken door vanuit de weg Hombourg-Montzen (rue de Birken), even voor het einde van Montzen en net voor het spoor naar rechts de Kinkenweg in te slaan.
Onder de rook van Luik liggen er twee kuitenbijters aan weerszijde van de weg Jupille – Fleron, die de liefhebber niet mag missen: Cote des Heids & Heids des Chenes. Hoewel ze geenszins mooi zijn maken ze deel uit van de meest uitdagende route tussen Visé en Trooz die het dal overdwars doorsnijdt. En trouwens, wie heeft er oog voor de weelderige natuur wanneer hij kromgebogen bijt in een helling van 21%?
Bij de bloembakken laat u de remmen los om de rug te rechten voor de klim richting Fleron. De pijn zit in de eerste meters van de klim. De weg is te smal om al laverend de percentages te omzeilen al vragen de gaten in de weg om een bedachtzame stuurmanskunst. Af en toe voelt uw stuur zo veder licht dat het bijna leidt tot een ongeplande wheelie. Zo moet het dus voelen om een fiets van drie-en-een-halve kilo te hebben… althans aan de voorkant, want het achterwiel lijkt van lood te zijn. Eenmaal boven slaan de zwarte vlekken toe en heeft de coureur een paar honderd meter vals plat om zich bijeen te rapen voor de afdaling richting Chaudfontaine. Via de mooie cotes de Foret of Bouny stevent u af op het groenbeboste dal van Trooz.