Notice: Functie _load_textdomain_just_in_time werd verkeerd aangeroepen. Vertaling laden voor het twentytwentyone domein werd te vroeg geactiveerd. Dit is meestal een aanwijzing dat er wat code in de plugin of het thema te vroeg tegenkomt. Vertalingen moeten worden geladen bij de init actie of later. Lees Foutopsporing in WordPress voor meer informatie. (Dit bericht is toegevoegd in versie 6.7.0.) in /home/kuitenbi/domains/kuitenbijters.com/public_html/wp-includes/functions.php on line 6131
Tijs – Pagina 5 – Kuitenbijters

Thier de Coo

Boven de watervallen van Coo verrijst de machtige Thier de Coo. Voor wie de doorgaande weg te druk is en voor diegenen die niet terugschrikken voor een muur, ‘geplaveid’ met Waals wegdek, is er dit alternatief over de flank.

De klim die aarzelend begint ontaard al snel in een hindernisparcours waar de onverdroten coureur zich tussen de kieren en de scheuren manoeuvreert om zich op te maken voor het hoofdmaal dat zich op een kleine 1000 meter van de voet verheft tegen het groen van de beboste helling. De col biedt met dit aanzicht weinig hoop voor diegenen die op de eerste meters al een beroep deden op hun kleinste verzet. Er is geen rust en geen genade aan het begin van het stuk van 17% waaraan deze col zijn reputatie ontleent. De klimmer die zijn kin van het stuur kan tillen kan enkel hopen dat hij, na de wending in de weg, een stukje van de horizon zal zien. Vooralsnog ziet hij enkel het grauwe grijs van een vergaan stuk bitumen.Voor wie deze psychische beproeving niet te veel is gloort er inderdaad de hoop de top te bereiken. Na de bocht geeft een tweetal honderd meters een verademende 7% vals plat, om daarna weer gestaag met 10% te stijgen. Eenmaal op de t-splitsing slaat de col-puritein naar links om de laatste kilometer naar de top af te leggen. De pijn is dan voorbij en dat geldt eigenlijk ook voor de col in zijn geheel. Hoewel de Encyclopedie Cotacol van een ‘traject van grote allure’ spreekt, bracht zij naar ons inzien niet de uitzichten die haar tot ‘één der mooiste hellingen van België maakt’. Vanwege haar lengte krijgt deze klim 322 punten in de Cotacol-rangijst. Misschien hebben de schrijvers zich een cartografische shortcut veroorloofd, maar deze helling geniet niet het esthetische aanzien dat hem in de Kuitenbijters-mooiste zal brengen.
Eindoordeel: been there, done that… waar ligt de Stockeu?

Thier d’Amry (Heure-Le-Romain)

In het slaperige plaatsje Heure-Le-Romain, onder de rook van dorp Vise, ligt een uitdaging die de moeite van het omrijden waard is. Gelegen op een helling op het zuiden doet de Thier d’Amry niet onder voor haar soortgenoten in het Luikse stadsgewest. Zij het dat zij niet de lengte ambieert van een Rue Tesny of Xhavée.
Met haar 300 lengtemeters en een gemiddelde van 13,7% zal zij echter menigeen verdoemen tot een sissy-blad verzetje in compact of triple. Zeker als men krakend in bladen en gewrichten bij de doorkomst van 17% is aanbelandt. Geen valse kasseien of authentieke waalse gevels helaas . De route is gedrapeerd in een mooi stukje, haast onwaals, asfalt welke de beklimming vergemakkelijkt. Het enige minpunt in deze is dat er bij het bereiken van de top een desillussie volgt bij het vervolgen van de route. Enkel een linker afslag is mogelijk om zo weer de afdaling richting het industrieele voorland van Luik te hervatten.

Stockeu (Stavelot)

Wie kent hem niet, de Stockeu. Deze helling, favoriet van de meester Merckx, maakt het onderscheid tussen het kaf en het koren in Luik-Bastenaken-Luik. Stijgingspercentages van boven de 20 en een percentage-wisseling per 100 meter maken haar een geliefde helling om zich te meten met de “groten der aarde”.

Vanaf het begin is het aanpoten geblazen. Haar aanblik zal menig hartslagmetertje een slag of 15 doen verhogen. Maar goed, eenmaal de handschoen geworpen is er geen weg terug.
Het begin laat zich nog aardig doen, en al dansend denk je deze reus te kunnen slechten, maar dan doemt hij op: De muur van 21%.

Mocht het ademen u nog niet moelijk vallen, zal dit bij deze aanblik zeer zeker gebeuren. Na enkele honderden meters weet je niet meer wat harder ruist, het water dat als een klein beekje de helling af stroomt, of het bloed wat als een hogedrukketel de trommelvliezen belaagt. Maar in de verte, na nog enkele pittige hellingswisselingen, gloort alweer de top. Het standbeeld van de meester wordt in het passeren met een vriendelijke knipoog begroet. Helaas blijkt dit punt niet het einde te zijn van deze martelgang. Wie nog een blik terug werpt over zijn/haar schouder, ziet de grote meester met een glimlach op de lippen zichzelf “verkneukelen” om zoveel onschuld. Qua lengtemeters zitten we hier pas op de helft van het parcours. De volgende percentages zijn weliswaar niet schrikbarend hoog, maar geven de renner geen tijd om zich te berusten in de gedane prestatie (het ideale punt voor een splijtende demarrage als u op weg bent met enkele liefhebbers !)
Boven aan gekomen kijken we nog eens terug naar het gehucht Stavelot , en besluiten om hem de volgende keer met meer wijsheid tegemoet te treden om zo niet nogmaals op de knieën gedwongen te worden. Maar enfin… doen wij dat niet met alle bedwongen hellingen?

Rullen-Brabant

Ver van alle Ardense provocaties ligt bij het plaatsje St. Martensvoeren de klim Rullen. Zij die haar eens beklommen hebben kunnen de vergelijking met de Keutenberg in het ‘Hollandse’ Schin op Geul niet weerstaan.
Qua ligging en beleving doet zij inderdaad aan deze beproeving denken. Zij het dat de maximale percentage’s van ca. 17% niet aan de voet maar in de staart van de klim zitten. Een klein weggetje, voor locals only, brengt u aan de voet van de klim. Hier ziet u al wat u te wachten staat. De weg meandert zich tussen weiden met grazend vee naar boven waar de top zich net aan het zicht onttrekt. De klim zal nog niet het beste van onze coureur vergen, daar deze vanuit Maastricht het best te zien is als opwarming voor de krakers welke dieper richting zuiden op hem liggen te wachten. Als alternatief is er de parallel lopende klim genaamd Vrouwenbos. De conservatief zoekt de rust en regelmaat van Vrouwenbos, de avonturier neemt de handschoen welke Rullen haar werpt. Met de helft in lengte, ca. 600 meter, maar praktisch hetzelfde aantal hoogtemeters geeft zij de klimmer meer waar voor zijn geld dan haar zijdelingse zuster. Op de top aangekomen kunt u zich vergapen aan een van de mooiste panorama’s welke de Voerstreek kan tentoonspreiden. Meerdere routes liggen open voor uw wegkapitein. “La Clouse”, een nog jonge parel van vergelijkbare strekking maar met iets meer percentages, ligt op een steenworp afstand. Maar ook de optie van “Les Waides” zou via een omweg door het pittoreske Valdieu tot de mogelijkheden behoren. Laat u verassen door deze parel van de voerstreek.

Rue Tesny (Wandre)

In de contreien van Wandre, daar waar zij wordt geflankeerd door haar zusters Bois la Dame en Côte de la Xhavée, doemt Rue Tesny op als een niet te versmaden “amuse”.

Met een lengte van 1000 meter en 120 hoogtemeters komt zij op een gemiddelde 12 % Menig coureur zal zich bij de aanblik van haar stijging de verleiding niet kunnen weerstaan. Echter, al na slechts enkele honderden meters zal men zichzelf vervloeken zich bloot gesteld te hebben aan dit ‘spectacle de dieu’.

De 22% eist hier alle reserve in kuiten en gemoedstoestand van onze renner. Helaas rest hier niets anders dan de triple aan te spreken en zich al harkend en tierend een weg naar de , almaar verder lijkende , top te stoempen. Mochten de percentages het broze ego niet breken, dan zullen de vele putten en gaten dit zeker doen. Heeft de gemeente Wandre soms speciale bedoelingen om deze handicap naar alle abiliteit uit te buiten ? Boven aangekomen zal men , in het zicht van het onvermijdelijke Waals kerkhof, afvragen welke dwazen dit epos met minder resultaat hebben moeten bekopen.

Rue Pirreuse (Luik)

In het centrum van Luik ligt er een klim die zich in één rechte lijn aan de stadse verkeersader en haar belendende terrasjes ontworsteld. Linea Recta met 12 % van de Place Saint Lambert naar het citadel dat Luik aan haar voeten weet. In de ruim 700 meter overbrugt deze steeg een kleine 85 hoogtemeters.
Het is een klim voor een mooie zaterdagmiddag in augustus. Op mindere dagen zouden wij het onszelf niet aandoen, daar de gladde, afgesleten kasseien zich niet lenen voor een beklimming in de regen. Er zit geen avontuur in deze klim. Zij is recht, kaarsrecht, en de 12 procentpunten die de renner aan de voet te verduren krijgt volgen hem tot aan de top.

Daar voegt de Rue Pirreuse zich samen met het bitumen van Chemin de la Citadelle. De charme zit ‘m in de ‘setting’. De plaatselijke liégeois leunen daar nog tegen de deurpost terwijl ze de renners glimlachend nastaren. Uit een open raam klinkt de melodie van La Ballade des Gens Heureux. Het staat zo niet op de renners vertrokken gezichten te lezen, maar van binnen glimlachen deze Gens op hun bicicletten terug.

Eenmaal boven trakteert de renner zich op een rondje rondom het citadel dat een prachtig uitzicht over Luik biedt. Eenmaal rond kiest hij de afdaling van de Montagne Sainte Walburge die hem weer terug op Place Saint Lambert brengt. Of hij kiest voor de meanderende afdaling noordwaarts die hem uiteindelijk vrijlaat op de doorgaande weg tussen Luik en Herstal.

Rue Naimette en Xhovémont

Wielerliefhebbers zijn nostalgisten pur sang….. Zichzelf wentelend in romantiek en historie.
De koers leeft bij de heroïsche verhalen en winaars van het verleden. Hoe zwaarder de koers, hoe geliefder ze is bij de connaisseur. Een Luik – Bastenaken -Luik van de laatste decennia haalt het bij lange na niet tegen de veldtocht van Hinault in 1980 na een lange solo in sneeuw en kou.
Ook valt er uiteraard onderscheid te maken tussen de diverse gekozen trajecten. In Milaan- San Remo worden de gladiolen gereserveerd voor de coureur welke zich het best spaart vóór de Poggio om erna zijn medestrijders er in de sprint op te leggen. De beste zal hier niet altijd winnen. In een Parijs -Roubaix of in “De Ronde” zal dit echter nooit het geval zijn. Op de kasseien kun je jezelf niet verschuilen.

De “stieren” van het peloton schudden net zo lang aan de boom tot er een select gezelschap zal over blijven om de finale te beslechten. Voor de toeschouwer natuurlijk een fenomenaal schouwspel, voor de rijder een ware hel……
Kasseien “bollen” namelijk niet. Niets is er zo ontgoochelend voor een stoempende renner dan gepasseerd te worden op een kasseienstrook door een opponent welke met soepele tred lijkt te zweven over de kinderkoppen. De kassei vraagt namelijk een bepaalde omwentelingssnelheid welke haast alleen lijkt weggelegd voor de echte “flandrien”. Duwen, trekken, malen, blik op oneindig…..als een trein op ramkoers !
Ik heb zelfs iemand horen stoefen in “De Ronde”dat hij een spoorwegovergang als welkome verpozing zag tussen de kasseienstroken! Waarschijnlijk om zijn kunstgebit weer op de juiste plek te kunnen duwen ….enfin….

Waarom dan die liefde voor de liefhebber voor de kassei?
Omdat dit ons het dichts brengt tot de essentie van het lijden….. Het niet willen capituleren omwille van de wetenschap dat anderen u reeds zijn voorgegaan en ook niet hebben gezwich tvoor de drang tot opgeven. Het gaat hierbij al lang niet meer om snelheid doch enkel om de wil niet toe te geven aan het moment dat rijsnelheid en zwaartekracht met elkaar in conflict komen.
Dit maakt deze stroken en hellingen zo uniek. Menigeen heeft er waarschijnlijk diverse gereden. Muur van Gerardsbergen, Oude Kwaremont, Patersberg. Maar voor de puristen hoeft niet iedere klim te zijn gedrenkt in historie. Alhoewel het bij Rue Naimette er waarschijnlijk weinig gelijken zullen zijn waar het historisch besef zo nadrukkelijk vanaf druipt.
Verscholen achter de schaduwen van het Prins Bisschoppelijk paleis van de stad Luik, ligt deze klim gebroederlijk naast de Rue Xhovémont . Aan kasseien in deze geen gebrek. Al zijn deze niet geplaveid met in het achterhoofd deze ooit met het stalen ros te beklimmen maar om de houten karrenwielen van oudsher genoeg grip te geven om deze met houten staken omlaag te laten rollen.
Dit mag u echter niet letten deze “force majeur” op een onbewaakt ogenblik bij de (Luikse) horens te vatten. De Rue Xhovémont kan dan mooi dienen als opwarmer voor de wat uitdagendere klim van Rue Naimette. Uiteraard wacht de dilettant op een laagje rijp, vorst of regen om de handicap van de kassei nog wat uit te buiten.

Rue Louvetin (Tilff)

Welke gek begint er nu een website over hellingen? En al zeker hellingen die, beklommen met een tweewieler, je doen vervloeken dat je er ooit aan begonnen bent. Ik moet bekennen, het is een vreemde hobby. Niettemin worden we steevast begroet tijdens onze dwalingen door het Waalse land door medeliefhebbers (of masochisten) die het leed en de uitzichten met ons delen. Ook de vele reacties op de site geven aan dat er voor deze kwellingen een niche in wielerland te vinden is.

De Cotacol is voor ons en menig ander een onuitputbare bron. Het werk dat door de heren Gobert en Legros is verzet geeft de amateur een levenlang klimplezier. Ruim 1000 hellingen zijn door een select gezelschap van echte connaisseurs bijeengezocht. Het werk en de tijd die hierin gezeten moet hebben is op zich al bijna onvoorstelbaar. Als we door onze geliefde contreien rijden zien we af en toe wel weer eens een onbekende klim met de nodige ambitie. Vaak verscholen tussen de woningen of te slecht om nog te berijden. Bij terugkomst wordt er dan ook koortsachtig de encyclopedie op na geslagen in de veronderstellingen dat deze toch wel eens aan de makers zou kunnen zijn ontsnapt. Vaak is er de berusting dat dit niet het geval is. Het netwerk van de auteurs is dusdanig sluitend dat er weinig aan hun alziend oog is ontsnapt.

Tot de vooravond van de WWKK2008 …

Tijdens het narijden van de route, voor in het geval van een wegopbrekingen of ander euvel te voorzien in een laternatief, bleek de route nabij Tilff toch nog om een laatste wijziging te vragen. Na een zoektocht in het schemerdonker kwamen we terecht in de Rue Baory. Het gevoel dat we waren beland waren in Waals “redneck country” bekroop ons. Een zwerfhond bleef geduldig midden op de weg zitten en bakende het door hem zo vertrouwd territorium af. Hier worden geen vreemden geduld, en zeker geen “Fou Neerlandais”. Een vader met zoon die zijn auto aan het wassen was wees ons in het voorbijgaan na. Welke gek komt hier om half acht ’s avonds. Die moet wel kwaad in de zin hebben.

Niets van dit alles. Onze dwaaltocht leidde ons richting de Rue Louvetain. Lang verscholen voor wielerminnend België werd zij deze avond aan de vergetelheid onttrokken. Het ‘steilste stuk asfalt van België’ werd op deze heugelijke dag 30 Km hemelsbreed verlegd. Van Remouchamps naar Tilff. Voortaan zal de Rue Louvetain de pedaalridders welke een slag van dezelfde molen hebben gehad doen laten vloeken in al hun euvel om deze klim te temmen.

Rue Laveu (Luik)

Rond de kerstdagen doet het team van Kuitenbijters.com traditioneel de binnenstad van Luik aan. Met haar sfeervolle kerstmarkt en een overvloed aan Kerstdelicatessen roepen de koude kasseien om een confrontatie. Veel hoogteverschil per vierkante kilometer en sprekende namen als Rue de La Seche, Rue Pireusse en vandaag; Rue Du Laveu!

Aan de voet van deze kuitenkraker ligt het station van Luik. Deels in aanbouw, zoals het Luik betaamt, ligt het moderne skelet als een wakende dinosauriër, grommend van aankomende en vertrekkende coupés. Daar waar een verloren toerist met haar koffers sleept, slepen wij ons zelfvertrouwen richting de Rue du Laveu.

De zondagochtenden zijn traag in het ’s nachts zo vibrante Luik. Als rookpluimen laten we wolkjes van gecondenseerde adem opstijgen wanneer we sur place de straatnaambordjes bestuderen. Het aanzicht van de heuvel verraad op het eerste zich niet de nr 7 van de ‘Kuitenbijters Zwaarste’. De routekapitein brengt soelaas door op een triviaal hellinkje te wijzen. Weliswaar getooid met kasseien, maar niet hetgeen we in ons geestesoog geschilderd hadden. “Hier overheen en dan aan het einde links!”, roept hij de voorlinie na. Rue du Laveu intimideert nog niet …..althans niet op haar eerste meters.

Haar aanloop is mild. Stukjes kasei, afgewisseld met verloren asfalt. Na de flauwe bocht toont zij haar ware aard. De meeste klimmers valt de baby blauwe moskee al niet meer op. Gemiste kans. Want hier zou een beleefde knik naar welke-god-dan-ook op zijn plaats zijn. Al was het maar om de moed te verzamelen die langs toeclips weg dreigt te vloeien. Al snel staat het hele gevolg op de pedalen. Een moskee, een bedevaart…en spieren die smeken om een suikerfeest. Op deze zondag roepen we álles aan. “Gauffre de sucre, Gauffre de sucre” mompel ik bij elke pedaalomslag. 20 procentpunten en het einde is nog niet in zicht! De vorst maakt het niet makkelijker. Op de steilste stukken worden we terug in het zadel gedwongen om een slippend achterwiel te vermijden. De voorste renners verraden het einde van deze beproeving met hun lyrische gejuich aan de top… althans de enkeling die niet in ademnood verkeerde.
Het uitzicht voor diegenen die over het stuur gebogen op hun kameraden wachten is dan ook magnifiek. De stad, de gedurfde architectuur en de pijn op de gezichten van je mederenners. Voldaan wordt de afdaling ingezet. Stapvoets waar gladheid op de loer ligt. Op Place du Lambert wacht warme chocolade met de aanbeden Gauffre de Sucre.

Rue Joseph Leclerq en Fonds du Chat (Jupille)

Wallonië telt bijna twee miljoen minder inwoners dan Vlaanderen; het grondgebied is dan weer iets groter. Desondanks zijn zeer in geslaagd 1700 km meer wegen aan te leggen dan hun Nederlandstalige landgenoten. ..

Zeventienhonderd kilometer, dat zit je vanuit Utrecht bijna in Milaan! De gevolgen voor zowel het uitzicht van het landschap als voor bijvoorbeeld nutsvoorzieningen zijn immens. Ook het onderhoud levert torenhoge problemen op waar Wallonië echter rigoureus mee afrekent: er wordt niet onderhouden. Een ander effect is dat voor de fietser in de gebieden rond grote steden zoals Luik de huizenloze hellingen schaars beginnen te worden. De Rue Joseph Leclercq is daar een goed voorbeeld van. Als derde helling vanuit het gehucht Moulins-sous-Fleron is zij een niet te onderschatten spakenkraker naast haar grotere nichten Rue des Heids en Heid de Chene. Wie de Rue des Heids komt afgevlamd en niet schuin links omhoog de Heid des Chenes op wil kan aan de overkant van de weg schuin rechts omhoog. Linksom aanhoudend nodigt de Rue Guefosse nog even uit tot een krachtpatserij op de 42 maar bij nummer 97 wordt het steiler. Bij de verkeersspiegel wijst een scherpe rechterbocht met een binnenhellinkje van misschien wel 40% je direct terug naar de kleinere verzetten. Vanaf hier is het zo’n vijfhonderd meter stoempen tussen protserige nieuwbouw die de weg van onder tot boven omzoomt. Een mooie straat, die Leclercq, maar ga er niet voor de verdrukte vergezichten.