Notice: Functie _load_textdomain_just_in_time werd verkeerd aangeroepen. Vertaling laden voor het twentytwentyone domein werd te vroeg geactiveerd. Dit is meestal een aanwijzing dat er wat code in de plugin of het thema te vroeg tegenkomt. Vertalingen moeten worden geladen bij de init actie of later. Lees Foutopsporing in WordPress voor meer informatie. (Dit bericht is toegevoegd in versie 6.7.0.) in /home/kuitenbi/domains/kuitenbijters.com/public_html/wp-includes/functions.php on line 6131
Tijs – Pagina 9 – Kuitenbijters

Côte de Ville Haute (Limbourg)

Aan de poorten van de Eifel waakte ooit de Groot Hertog van Limbourg. Vanaf zijn zetel in Ville Haute keek hij neer op de regio. Letterlijk, want Ville Haute verheft zich statig boven de heuvels die de aanloop vormen voor de beboste Haute Fagnes. De klim erheen stemt de reiziger nederig. Zo ook de fietsers die in het heden hun aanloop nemen om de vestingstad te nemen.Boven in het middeleeuwse stadje, rijk aan tavernen, lonken de versnaperingen van spek-en-ei en appeltaart. Maar niet alvorens de plaatselijke cote genomen te hebben. Met haar lengte van bijna 2 kilometer overbrugt zij tussen de spiegel van de Vesder en het dorpsplein een hoogteverschil van ruim 100 meter. De uitdaging zit in het stukje van 19% die de renner in het aanzicht van de oude wal op de pedalen dwingt. Eenmaal boven omarmt de veste haar opponent met een plaveisel die elke klaagzang over de veldwegen van Roubaix tot een schamel deuntje denigreert. Wie op de laatste meters de handen kan heffen mag zichzelf daarmee tot Le Duché de Limbourg kronen…

Update : Bij nadere bestudering van de cotacol beschrijving moeten we bekennen dat het geheim van de 19% eindelijk ontrafeld is. Vlak voor het oude pleintje, waar de weg naar rechts draait, ligt aan de linkerzijde een oud kasseienweggetje. Neem deze en je zult de 19% in de draai aantreffen. Langs deze zijde kom je ook in het meest pitoreske gedeelte van “La Ville Haute”. Een aanrader!!

Côte de Sarolay (Argenteau)

Daar waar voor de Nederlander de route de Soleil begint, verrijst links van de snelweg de Cote de Sarolay. Het is de eerste indrukwekkende klim ten zuiden van Visé. De voet van de klim toont zich op honderden meters voor aanvang als een muur die zich al kronkelend een weg baant tussen het blad van de boomtoppen. De top is dan ook aan het zicht onttrokken en maakt deze klim een verrassende uitdaging voor diegenen die het korte en explosieve klimwerk in de benen hebben.


Côte de Neuville

Aan de voet van de Rosier Est ligt een nieuwe uitdaging. Van Moulin de Ruy richting Francochamps verheft zich gestaag de Côte de Neuville. Hoewel de weg naar Francochamps een mooie gelijkmatige klim biedt, is er voor de liefhebber van de kuitenbeet (of diegene die zijn medefietser de beet gunt) halverwege deze klim het alternatief richting de top van de Côte d’Amermont. Eenmaal in het dorpje Neuville aangekomen draaien we rechtsaf voor de percentages die er toe doen. Waar we in de aanloop nog met een regelmatige cadans in het zadel bleven, kijken we hier op tegen een serieuze helling van 13%. Voor wie het lef heeft gehad om op de 2 kilometer lange aanloop weg te rijden van zijn gevolg is dit een ideale plek om een putch te plegen. Eenmaal uit het zicht van de volgers liggen er enkele meters van 10% te overbruggen om zo aan de azende blik van de entourage te ontsnappen. Hoe dichter de bossage, hoe steiler de klim. Eenmaal boven ontmoeten we de doorgaande weg tussen Francochamps en Stavelot. Licht dalend is er tijd voor het gevolg om de zoeven opgelopen achterstand weer in te lopen. Het land van Spa ligt achter ons en Stavelot opent haar poorten en biedt toegang tot de verledingen van de klassieken onder de hellingen; De Stockeu en Wanneranval.Terug naar het hier en nu. Op de rotonde laten we de ‘industriële‘ Haute Levée liggen in ruil voor de prachtige afdaling van côte d’Amermont.

Côte de Mont (Dison)

Daar waar de Tour de France ’06 de straten van Dison doorkruistte rest de toerist vandaag de dag de herinnering aan het razende peloton dat Chaussée de la Seigneurie opstoof alsof hij er niet lag. De brede avenue was niet in staat om de stampede van proffesionele renners af te remmen. Zwijgzaam lag de côte de Mont in haar schaduw. Puur venijn in al haar bescheidenheid. De klim voert de renner recht langs de stadse klippen van Dison. Binnen luttele meters overstijgt de weg de daken van huizen die de doorgaande weg omlijsten. Een markante trapleuning begeleidt de fietser richting de top. Onderwijl vraagt hij zich af of de baar steun moet bieden aan een winterse afdaling te voet… zo steil is dit stuk van de klim. Bij het kerkje is de klim volbracht. Een blik over de schouder ontwaart de schuddende torso’s van volgende coureurs. Dit is een klim die ieder uit het zadel dwingt. Afstappen is echter geen optie, want de deurtreden zijn bevolkt met bewonderende bewoners van deze vergeten klim. Bon courage!

Côte de la Forret en Rue Richelle

Wie over de oost-oever van Luik naar Visé fietst en daarbij de hoger gelegen delen niet schuwt, ligt er een scala aan korte venijnige hellingen die schreeuwen om beklommen te worden. Naast de masochistische alternatieven vanuit Wandre, elders besproken op deze site, zijn er nog twee hellingen van Alpen’eske kwaliteit. Vanuit Jupille is er de slingerende Côte de la Foret. Een prachtige klim die zich al een boomklever langs de flank omhoogwerkt. Hoewel het wegdek op plaatsen nalaat is deze klim een niet te versmaden alternatief voor wie de 20-tal procentpunten van Rue Tesny en de Xhavée aan zich voorbij laat gaan. Eenmaal boven ontmoet Rue de la Foret de toppen van zowel de Xavée, rue Tesny alsook de Bois la Dame. De weg noordwaarts volgen voert u naar de afdaling van de Sarolay die zich naadloos voegt naar de voet van Rue Richelle. Bent u op zoek naar ‘de authentieke haarspeldbocht’? Zoekt niet verder… Met curven van 320° behoort deze klim tot de esthetische buitencategorie. Met een lakenglad wegdek is er niets dat u afleidt van de klim tegen de beboste helling. Het beklimmen van de Rue Richelle zou bijna ontspanning mogen heten, waar het niet dat eenmaal in het dorpje aangekomen de renner nog enkele honderden meters aan stijging wacht. Het zijn de spreekwoordelijke laatste loodjes waar de coureur met ‘een beetje over’ nog een demarrage kan plaatsen. Met recht claimt deze relatief korte, maar oh zo mooie klim, een plek in de Kuitenbijters’ Mooiste.

Côte de la Casmatrie (Chaudfontaine)

Peddelerend door het dal van de Vesder kunt u met gemak geïmponeerd raken door alle geweld welke deze regio u biedt. Voie des Chars , Chemin de la Lemmetrie en de Haute Folie zijn Agnstgägners van de ergste soort met hun moordende percentages van rond of over de 20 %. Is er dan niets te halen voor de liefhebber van de Alpeneske haarspeldbocht of de gematigendere percentages? Jawel, voor u is er de Côte de la Casmatrie !!!!

Jaren onderbelicht gebleven vanwege haar oer-waals wegdek is het tijd deze klim uit de hoek der vergetelheid te halen. Ook deze klim heeft het erbarmelijke wegdek ingewisseld voor een strak stuk zwart laken. Het doet haast vermoeden dat er in het Waalse gewest een fietsliefhebber op de stoel van openbare werken heeft plaatsgenomen… Dit maakt de klim, en het genieten hiervan, des te gemakkelijker. De 5 prachtige haarspeldbochten zorgen ervoor dat het Alpe d’Huez gevoel zich van u meester maakt. Al klimmend door het bos kruist u het parcours van de Chemin de la Lemmetrie om nog enkele meters te stijgen richting het kerkhof en fort . Het uitzicht op de top is adembenemend. Het Vesder-dal openbaart zich hier aan u in al haar schoonheid en nodigt u hiermee uit de diversiteit aan hellingen te gaan ontdekken. De Côte de la Casmatrie is geen helling in de bovenste regionen van de Kuitenbijters-index, maar haar prachtige bochtenwerk en adembenemend uitzicht verschaft haar wel een plekje in het register van de Kuitenbijters Mooiste.

Côte de Hestreux (Limbourg)

Conform ons aller bijbel, de Encyclopedie Cotacol, zou de côte de la Baraque Michel-Nord, met zijn puntenaantal van maar liefst 336 een echte kuitenbijter moeten zijn. Het zijn echter niet de percentage’s die deze helling de moeite waard maken. De percentages die er toe doen zitten in de eerste 1000 meter van de klim, lokaal bekend als Cote de Hestreux. Haar pracht in natuurschoon geeft je echt het gevoel midden in een wildpark te verblijven. Ver weg van de bewoonde wereld, met haar lengte van ruim 13 kilometer, geeft ze je ruim de tijd voor de nodige zelfreflectie. Met name waarom je zo nodig de strijd aan moest gaan met moeder natuur. Het geruis van bomen vermengt zich met het monotone ritme dat je probeert vast te houden tijdens deze onverwacht makkelijke klim. Het enige wat je aandacht bij de rit houdt is, helaas, het slechte wegdek, waardoor het voor een buitenstaander lijkt of je het noorden kwijt bent omdat je van links naar rechts over het parcours “zwalkt”. Een goede oefening voor het paneren op zwaardere hellingen. Niettemin wordt de aanhouder beloond met de mogelijkheid een mooie afdaling richting Eupen te nemen en vervolgens het Duitse merendistrict aan een nader onderzoek te onderwerpen. Of de meer uitdagendere versie richting Malmedy, alwaar de grote “Angstgegener” Ferme Libert te wachten ligt.

Update:

Voor diegene die het avontuur in de genen heeft zitten. Als je bijna de top bereikt hebt, dus op het gedeelte waar je de dichte bossage verlaat, is er aan de rechterzijde een weg welke met een slagboom is afgesloten. Til uw ros over de omheining ( het is een regulier fietspad dus het mag ) en vervolg uw weg na een lichte afdaling tot een T- splitsing. Opteer hier de rechtse variant en na een mooie afdaling beland u aan de voet van het stuwmeer van Gileppe. Houdt hier wederom rechts aan en u wordt beloont met een van de mooiste fietsroutes van heel Belgie met als klap op de vuurpijl de stuw met een wonderbaarlijk uitzicht.

Côte de Hallembaye (Lixe)

De Halembaye is de meest noordelijk gelegen kuitenbijter van de Encyclopedie Cotacol.Met haar gemiddelde hellingshoek van 8.7% en een maximum van 12% strekt zij zich in een kaasrechte lijn van voet naar top. Het is een klassieke kuitenbijter die de renner verrast met de zware laatste loodjes die, gezien vanaf de voet, verraderlijk aan het zicht worden ontrokken. Het is de angstgegner van velen en de feestbreker voor de jonge honden die er in hun onbezonnen enthousiasme ‘en dansend’ op af stevenen om bekocht naar de top te moeten kruipen.De afdaling aan de noordkant, richting Eben-Emael, verleidt diegenen die er de kracht nog voor hebben tot een spektakelstuk met luie bochten. Punt van aandacht: het zware vrachtverkeer van de lokale cementindustrie kan de afdaling gevaarlijk maken. De weg is regelmatig bezaaid met grind afkomstig van de aanlendende groeve.

Côte de Forêt (Trooz)

Geen mooiere manier om het grauwe Vesdre dal te verlaten dan met een beklimming van de Côte de Forêt. Met iedere omwenteling van het blad ontrekt de renner zich aan het verstedelijkt dal met haar zinkfabriek om de blik te richten op weidse vlakten met groot spectrum.
Op deze klim zult u, in tegenstelling tot veel Waalse hellingen, niet het onooglijke kerkhof ontwaren op de top. Maar kunt u deze reeds, na enkele hectometers, met een gerust hart achter u laten op zoek naar liefelijkere indrukken. Authentieke haarspeldbochten maken het een pracht van een klim voor diegene die de kracht kunnen putten in het leed van zijn of haar mederijders. Oog in oog maar toch een hectometer verschil maken het kat en muis spel des te opwindender. Haar stijgingspercentages tot maximaal 10 % laten het toe het grote blad tot op zekere hoogte te blijven hanteren. Een klim voor de krachtpatser die hier nog eens met zijn energiereserves kan smijten. De top in Forêt geeft een uitzicht prijs om van te watertanden. De rust in schril contrast met de bedrijvigheid in het dal maken het de moeite waard om zich de moeite te troosten de helling aan het palmares toe te voegen. Op de top brengt een afdaling u in Nessonvaux alwaar de Rue sur Steppes of Bois d’Olne u met sterkere percentages zullen geselen.

Côte de Drolenval

Voor wie van Pepinster naar Nessonvaux rijdt en zich niet geïntimideerd voelt door de hellingen aan weerszijde van het dal dat door de Vesder uitgehold is, kan een uitstapje maken naar Drolenval. Weliswaar geeft de Cotacol ‘m een ‘bommetje’, maar dat is te weinig eer. De klim begint gestaag met 13% en lijkt in het gehucht halverwege even tot rust te komen. Maar met een climax van 20% op driekwart van de klim lijken de 15 tot 12 procenten daarna als vals plat. De lokale bevolking kijkt af en toe naar de deerniswekkende en voorovergebogen renners. De klim claimt met recht een hoge klassering in de Kuitenbijter-index en scoort met 260 punten een respectabele plaats in de top 20 van België krakers. De Drolenval is de mooiere én de venijnigere zus van de aanlendende Côte de Cornesse. Deze kent een minder teisterend verloop en een lakenglad wegdek. Voor ons steelt de Drolenval echter de show! Het achterland van deze afmattende klim biedt de afdalingen van Bois d’Olne. Weersta de verleiding om de afdaling in te zetten richting Wegnez en houd boven aan de berg links aan richting Soiron of Olne.