Geen mooiere manier om het grauwe Vesdre dal te verlaten dan met een beklimming van de Côte de Forêt. Met iedere omwenteling van het blad ontrekt de renner zich aan het verstedelijkt dal met haar zinkfabriek om de blik te richten op weidse vlakten met groot spectrum.
Op deze klim zult u, in tegenstelling tot veel Waalse hellingen, niet het onooglijke kerkhof ontwaren op de top. Maar kunt u deze reeds, na enkele hectometers, met een gerust hart achter u laten op zoek naar liefelijkere indrukken. Authentieke haarspeldbochten maken het een pracht van een klim voor diegene die de kracht kunnen putten in het leed van zijn of haar mederijders. Oog in oog maar toch een hectometer verschil maken het kat en muis spel des te opwindender. Haar stijgingspercentages tot maximaal 10 % laten het toe het grote blad tot op zekere hoogte te blijven hanteren. Een klim voor de krachtpatser die hier nog eens met zijn energiereserves kan smijten. De top in Forêt geeft een uitzicht prijs om van te watertanden. De rust in schril contrast met de bedrijvigheid in het dal maken het de moeite waard om zich de moeite te troosten de helling aan het palmares toe te voegen. Op de top brengt een afdaling u in Nessonvaux alwaar de Rue sur Steppes of Bois d’Olne u met sterkere percentages zullen geselen.


Voor wie van Pepinster naar Nessonvaux rijdt en zich niet geïntimideerd voelt door de hellingen aan weerszijde van het dal dat door de Vesder uitgehold is, kan een uitstapje maken naar Drolenval. Weliswaar geeft de Cotacol ‘m een ‘bommetje’, maar dat is te weinig eer. De klim begint gestaag met 13% en lijkt in het gehucht halverwege even tot rust te komen. Maar met een climax van 20% op driekwart van de klim lijken de 15 tot 12 procenten daarna als vals plat. De lokale bevolking kijkt af en toe naar de deerniswekkende en voorovergebogen renners. De klim claimt met recht een hoge klassering in de Kuitenbijter-index en scoort met 260 punten een respectabele plaats in de top 20 van België krakers. De Drolenval is de mooiere én de venijnigere zus van de aanlendende Côte de Cornesse. Deze kent een minder teisterend verloop en een lakenglad wegdek. Voor ons steelt de Drolenval echter de show! Het achterland van deze afmattende klim biedt de afdalingen van Bois d’Olne. Weersta de verleiding om de afdaling in te zetten richting Wegnez en houd boven aan de berg links aan richting Soiron of Olne.


Als men aan een echte Ardenner klim denkt, is de Côte de Desnie één van haar archetypen. Vanuit het dorpje Winamplanche, gezegend met nóg twee plaatselijke côte’s, lokt de klim in al haar eenvoud. Hier ligt dan ook het ‘zwaartepunt’ van de klim welke u echter na enkele hectometers al achter u laat. Vanaf dit punt wordt u inspanning beloond met een schitterend panorama aan diverse uitzichten.Weidse velden, afgewisseld met dicht dennenbos, geven de klim afwisselend karakter. Voor zelfreflectie is er alle tijd tijdens deze 4,5 kilometer durende klim. Door haar gemiddeld percentage van zo’n 6 % is de klim er een voor de krachtpatsers en stoefers in uw peloton. De triple of compact kunt u met een gerust hart thuis laten. Onder de kenners staat zij namelijk bekend als een “goed lopende klim”….
Bij het bereiken van het naamgevende dorpje dient er nog zo’n 2 kilometer geklommen te worden om de top te bereiken welke zij deelt met de onvolprezen Vequeé . De klim eenmaal volbracht kunt u met een gerust hart de kin op het voorwiel leggen en in een authentieke “Pedro Delgado” houding u zelf als een echte adelaar van deze Ardenner reus naar beneden storten richting het achterland van Stoumont. Deze regio leent zicht uitermate voor de sportieve klimmer. Met de Rosier- Sud ,Rosier-Est en de Xierfomont binnen handbereik kunt u zich naar hartelust uitleven. Een helling waar het in het fietsen allemaal om draait. Uitdaging, uitzicht, uitgeteld……..!
De Côte de Cornemont is het gelijkmatige alternatief voor de ‘onvolprezen’ Redoute. Wie zich niet wil bloot stellen aan schrikbarende percentages of wil verzanden in het drukke verkeer van Sprimont is deze helling een goede optie. De Côte is er een van vele gezichten. Kleine dorpjes worden afgewisseld met weidse panorama’s. Zij het dat u hier wel ogen op uw rug voor nodig heeft.
Trois Ponts is een van die Ardense stadjes die de kruispunten sieren. De liefhebber van het betere klimwerk kan hier zijn hart ophalen. Naast de Hezalles en de Côte de Aisomont zijn er de mooie beklimmingen van Côte de Brume ‘Sud’ en ‘Est’ die zich naar het gelijknamige gehucht aan het stuwmeer van Coo slingeren. De zuidelijke variant kent een straffe aanvang in de ‘vieux chemin de Brume’ die de eerste luie bocht in de doorgaande route afsnijdt en zich linea recta met een stijging van 20% tegen de berg omhoog werpt. Eenmaal terug op de hoofdroute zijn er een aantal hectometers waar de stijging onder de 10% daalt. Neem de rust, daar het einde van de klim een stukje van 13% aanbiedt aan de gulzige renner. Ook hier kunnen de lafhartigen zich aan de uitdaging ontrekken door via het dorpje Brume de ‘lange variant’ te kiezen.
Tussen Visé en Luik, aan de west zijde van de heuvelrug van Argenteau verrijzen er drie kuitenbijters, te weten Rue de la Xhavée, rue Tesny en de Bois-la-Dame. De eerste twee zijn met hun gemiddeld hellingspercentage van boven de 11 en met pieken van 22% (vergelijk de Keutenberg) van een masochistische aard. De 1000 strekkende meters zijn zelfs voor de geoefende fietser een kwelling. Echter, de meest zuidelijk gelegen klim is de gemoedelijke van de drie zusters; Côte du Bois-la-Dame.


Naast de vijfsprong die de voet van de Stockeu, La Bergerie en de aanloop van de Wanneranval biedt, herbergt Stavelot nóg een parel van een klim: de Côte d’Amermont. Met 264 Cotacolpunten een niet over het hoofd te ziene kluif voor de liefhebber van kuitenbijters. Deze cote heeft een aantal aspecten dat haar de moeite waard van het beklimmen maakt. Ten eerste is er het verrassingselement. Voor de renner die braaf de aanwijzingen van de routekapitein opvolgt kan deze cote wel eens tot een onvoorzien obstakel worden. Het is een sluipmoordenaar die onverwacht toeslaat.
Na 500 meter buigt de klim om tot een lichte daling van een steenworp lengte die voelt als een verkwikkende zomerbries. Het is echter het angstzweet op het voorhoofd die de verkoeling biedt, want een aanblik op het verdere verloop van de klim confronteert de coureur met de muur van 21% ! Onder aan de daling buigt de weg naar links en biedt de renner een vue en profile op de rest van de groep die al aan de klim begon. Schoksgewijs trappen zij door hun kleinste verzet heen in hun verwoede pogingen om het voorwiel op het asfalt te houden. De klim is absoluut een uitdaging voor elke renner en doet ook esthetisch niet onder voor de andere hellingen in deze regio. Het steile stukje in de klim biedt ook het mooiste uitzicht, al is dat alleen voorbehouden aan de schare aan afstappers die een klim als deze op haar conto heeft.
Het plaatsje Chaudfontaine, bekend om haar sprankelend bronwater, is een waar walhalla voor diegene op zoek naar een klim met een “bite”. Met de agnstgägners als Voie des Chars en Haute folie in haar nabijheid zal zij menig coureur kunnen bekoren met haar diversiteit in beklimmingen danwel de prachtige schoonheid van het Vesdre dal. De enige dissonantie welke u hier ten deel zal vallen is het hotel gelegen bij het plaatselijke Casino. Het is alsof men een blinde azijn in de ogen giet. Bij het passeren van deze “blind spot” van de Waalse welstandscommissie ligt na het zuur echter ook het zoet. Men zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar achter de spoorwegondergang ligt een van regio’s mooiste pareltjes in het verschiet. 
Deze ‘Chemin’ doet haar naam alle eer aan. Door haar afgelegen ligging en haar moeilijke bereikbaarheid zal menigeen niet de moeite nemen deze helling op zijn of haar palmares te schrijven. Maar elk nadeel heeft schijnbaar ook weer zijn voordeel. Doordat de voet van de klim voor een racefietser alleen maar te bereiken is via een verkennende afdaling van dezelfde helling is deze gevrijwaard van andere mede-coureurs en weggebruikers. Haar eigenlijke entree via Rue du Parc is dusdanig slecht dat deze route alleen voor de MTB ‘ers onder ons te slechten valt. 
Eenmaal de helling ingezet schakelen we al snel terug tot ons laagste verzet. Zij met goede benen sparen nog een tandje voor waar het écht moeilijk wordt, maar door de bank genomen is het een klim van beginnen en afwachten. Afwachten waarheen de paden ons leiden. Bij elk huis blaft er plichtmatig een onverzorgde terriër, waarbij we hopen dat het hek zijn gehele domein omringt. Optimistisch kijken we naar de horizon. Hier en daar wordt er bijna obligaat gevloekt op de scheuren in het wegdek, niet vermoedend dat de pijn in de staart van de klim zit. Na de ‘eerste top’ bereikt te hebben gloort er een tweede muur….. én een derde. De ketting in het sissy-verzet en nóg op de pedalen moeten staan. Een stijging van meer dan 20 procent lijkt niet voor een fietser weggelegd. Halverwege dwingt een XXL-tereinwagen ons hulpeloze fietsers nog even in de berm van het twee meter brede weggetje. Blijkbaar ziet de lokale bevolking niets in de beproeving die wij ondergaan. Bekomen van de schrik tillen we ons vege lijf over de laatste top en zoeken al rollend naar de adem zie we zoeven tekort kwamen.