Aan de voet van Le Rossier Sud, in het gehucht van Targnon, ontspringt er een wulpse klim. Al heupwiegend klimt zij op de beboste helling omhoog richting Xhierfomont. We bespreken hier één van de parels van het stroomgebied van de Lienne voordat deze zich met de Ambleve verenigt. Haar veelzeggende ritme belooft een authentieke klimervaring en de werkelijkheid doet daar niet voor onder. Na de eerste drie onvervalste haarspeldbochten opent zich een weids panorama. De flank van de Rossier met in de verte Stoumont biedt een kodak-camera-moment van de eerste orde, waar het niet dat de klimmende cyclist op dat punt van de route kans ziet om een tandje bij te schakelen op weg naar het plateau en wellicht zijn energie inzet om bij de volgende bocht aan het blikveld van peloton te ontsnappen. Eenmaal boven in Xhierfomont wacht de fietser een dilemma: gestaag verder stijgen via
Rahier (op zoek naar de top via de doorgaande weg Huy -Trois Ponts), of zich via een duivelse daling in de diepte storten (via Moulin de Rahier) om daar de handschoen op te nemen die de Bierleux daar voor de fietser werpt. Waar de vingers verkrampten van het remmen, daar zullen de kuiten verkrampen door het werk van de bijna laffe sluipmoordenaars die de klim aldaar aanbiedt. Met stukjes van 18% verdringen zij de zoeven opgedane esthetische blik van de Cote de Xhierfomont en teisteren de minder explosieve renners onder ons. De finesse van het schakelen zal hier gegarandeerd haar vruchten afwerpen. Voor wie deze beproeving de herinnering aan de côte de Xhierfomont daadwerkelijk uit het geheugen verbannen heeft, nomineren wij bij deze de cote voor een warme plek in de ‘Kuitenbijters Mooiste’.


De Côte de Wanne is de droom van iedere klimmer die geniet van een pittig stijgingspercentage met daarbij een uitzicht die het lijden verzacht en hem in staat stelt de pijn te kunnen relativeren. Gelegen tussen glooiingen afgetopt met bebossing als ware het eeuwige sneeuw op Alpeneske toppen geeft de helling vanuit het dorpje Grand-Halleux al een deel van zijn geheimen prijs. De beet van de helling is echter nog niet zichtbaar. Bij het bereiken van de bebouwing van het plaatselijke gehucht wordt de klimmer getrakteerd op percentages van rond de 13 %.
Aan de poorten van de Eifel waakte ooit de Groot Hertog van Limbourg. Vanaf zijn zetel in Ville Haute keek hij neer op de regio. Letterlijk, want Ville Haute verheft zich statig boven de heuvels die de aanloop vormen voor de beboste Haute Fagnes. De klim erheen stemt de reiziger nederig. Zo ook de fietsers die in het heden hun aanloop nemen om de vestingstad te nemen.Boven in het middeleeuwse stadje, rijk aan tavernen, lonken de versnaperingen van spek-en-ei en appeltaart. Maar niet alvorens de plaatselijke cote genomen te hebben. Met haar lengte van bijna 2 kilometer overbrugt zij tussen de spiegel van de Vesder en het dorpsplein een hoogteverschil van ruim 100 meter. De uitdaging zit in het stukje van 19% die de renner in het aanzicht van de oude wal op de pedalen dwingt. Eenmaal boven omarmt de veste haar opponent met een plaveisel die elke klaagzang over de veldwegen van Roubaix tot een schamel deuntje denigreert. Wie op de laatste meters de handen kan heffen mag zichzelf daarmee tot Le Duché de Limbourg kronen…

Daar waar voor de Nederlander de route de Soleil begint, verrijst links van de snelweg de Cote de Sarolay. Het is de eerste indrukwekkende klim ten zuiden van Visé. De voet van de klim toont zich op honderden meters voor aanvang als een muur die zich al kronkelend een weg baant tussen het blad van de boomtoppen. De top is dan ook aan het zicht onttrokken en maakt deze klim een verrassende uitdaging voor diegenen die het korte en explosieve klimwerk in de benen hebben.
Daar waar de Tour de France ’06 de straten van Dison doorkruistte rest de toerist vandaag de dag de herinnering aan het razende peloton dat Chaussée de la Seigneurie opstoof alsof hij er niet lag. De brede avenue was niet in staat om de stampede van proffesionele renners af te remmen. Zwijgzaam lag de côte de Mont in haar schaduw. Puur venijn in al haar bescheidenheid. De klim voert de renner recht langs de stadse klippen van Dison. Binnen luttele meters overstijgt de weg de daken van huizen die de doorgaande weg omlijsten. Een markante trapleuning begeleidt de fietser richting de top. Onderwijl vraagt hij zich af of de baar steun moet bieden aan een winterse afdaling te voet… zo steil is dit stuk van de klim. Bij het kerkje is de klim volbracht. Een blik over de schouder ontwaart de schuddende torso’s van volgende coureurs. Dit is een klim die ieder uit het zadel dwingt. Afstappen is echter geen optie, want de deurtreden zijn bevolkt met bewonderende bewoners van deze vergeten klim. Bon courage!

Bent u op zoek naar ‘de authentieke haarspeldbocht’? Zoekt niet verder… Met curven van 320° behoort deze klim tot de esthetische buitencategorie. Met een lakenglad wegdek is er niets dat u afleidt van de klim tegen de beboste helling. Het beklimmen van de Rue Richelle zou bijna ontspanning mogen heten, waar het niet dat eenmaal in het dorpje aangekomen de renner nog enkele honderden meters aan stijging wacht. Het zijn de spreekwoordelijke laatste loodjes waar de coureur met ‘een beetje over’ nog een demarrage kan plaatsen. Met recht claimt deze relatief korte, maar oh zo mooie klim, een plek in de Kuitenbijters’ Mooiste.
Peddelerend door het dal van de Vesder kunt u met gemak geïmponeerd raken door alle geweld welke deze regio u biedt. Voie des Chars , Chemin de la Lemmetrie en de Haute Folie zijn Agnstgägners van de ergste soort met hun moordende percentages van rond of over de 20 %. Is er dan niets te halen voor de liefhebber van de Alpeneske haarspeldbocht of de gematigendere percentages? Jawel, voor u is er de Côte de la Casmatrie !!!!
Dit maakt de klim, en het genieten hiervan, des te gemakkelijker. De 5 prachtige haarspeldbochten zorgen ervoor dat het Alpe d’Huez gevoel zich van u meester maakt. Al klimmend door het bos kruist u het parcours van de Chemin de la Lemmetrie om nog enkele meters te stijgen richting het kerkhof en fort . Het uitzicht op de top is adembenemend. Het Vesder-dal openbaart zich hier aan u in al haar schoonheid en nodigt u hiermee uit de diversiteit aan hellingen te gaan ontdekken. De Côte de la Casmatrie is geen helling in de bovenste regionen van de Kuitenbijters-index, maar haar prachtige bochtenwerk en adembenemend uitzicht verschaft haar wel een plekje in het register van de Kuitenbijters Mooiste.
Conform ons aller bijbel, de Encyclopedie Cotacol, zou de côte de la Baraque Michel-Nord, met zijn puntenaantal van maar liefst 336 een echte kuitenbijter moeten zijn. Het zijn echter niet de percentage’s die deze helling de moeite waard maken. De percentages die er toe doen zitten in de eerste 1000 meter van de klim, lokaal bekend als Cote de Hestreux. Haar pracht in natuurschoon geeft je echt het gevoel midden in een wildpark te verblijven. Ver weg van de bewoonde wereld, met haar lengte van ruim 13 kilometer, geeft ze je ruim de tijd voor de nodige zelfreflectie. Met name waarom je zo nodig de strijd aan moest gaan met moeder natuur. Het geruis van bomen vermengt zich met het monotone ritme dat je probeert vast te houden tijdens deze onverwacht makkelijke klim.
Het enige wat je aandacht bij de rit houdt is, helaas, het slechte wegdek, waardoor het voor een buitenstaander lijkt of je het noorden kwijt bent omdat je van links naar rechts over het parcours “zwalkt”. Een goede oefening voor het paneren op zwaardere hellingen. Niettemin wordt de aanhouder beloond met de mogelijkheid een mooie afdaling richting Eupen te nemen en vervolgens het Duitse merendistrict aan een nader onderzoek te onderwerpen. Of de meer uitdagendere versie richting Malmedy, alwaar de grote “Angstgegener” Ferme Libert te wachten ligt.

De Halembaye is de meest noordelijk gelegen kuitenbijter van de Encyclopedie Cotacol.Met haar gemiddelde hellingshoek van 8.7% en een maximum van 12% strekt zij zich in een kaasrechte lijn van voet naar top. Het is een klassieke kuitenbijter die de renner verrast met de zware laatste loodjes die, gezien vanaf de voet, verraderlijk aan het zicht worden ontrokken. Het is de angstgegner van velen en de feestbreker voor de jonge honden die er in hun onbezonnen enthousiasme ‘en dansend’ op af stevenen om bekocht naar de top te moeten kruipen.De afdaling aan de noordkant, richting Eben-Emael, verleidt diegenen die er de kracht nog voor hebben tot een spektakelstuk met luie bochten. Punt van aandacht: het zware vrachtverkeer van de lokale cementindustrie kan de afdaling gevaarlijk maken. De weg is regelmatig bezaaid met grind afkomstig van de aanlendende groeve.