Ingesloten tussen de Voerstreek en de grote toegangswegen in het noord oosten van Luik ligt het Land van Herve. Een glooiend landschap waar de wind vrij spel heeft en de renner beschutting zoekt door, gebogen over zijn stuur, dicht langs de meidoornhagen te koersen.
De geuren van kaas en stalvee zijn nooit ver weg. Val Dieu, een goddelijk dal, zoals een van de liefhebbers hier bloemrijk postte. Deze heuvels bieden korte, steile hellingen met het venijn van een Oude Klare. Het doorgaande (fiets)verkeer tussen Herve en Blégny volgt de Rue Basse Hez die zich met een 6 a7% statig uit het dal heft.
Echter, verborgen achter de 12de eeuwse hoeve ligt de voet van de Thier Fouarge. De eerste meters verraden meteen haar vilein. 17% dwingt u op de pedalen en houdt u daar. De top overstijgt de doorgaande weg; een must voor de renner op een missie! Laat uw gedachten afdwalen naar de tijden van Karel de Stoute die zijn rivalen hier op de knieën dwong… of was uw routekapitein ‘de stoutste’? De kans is groot dat hij u aan de top van Basse Hez staat op te wachten.
Remouchamps is een knooppunt van de regio waar de E25 de Ambleve kruist. De torenhoge brug waakt over de vriendelijk ogende terrasjes waarop de toeristen meewarig de fietsers tellen die met een strak getrokken gezicht de richting van de Redoute inslaan. Aan de peilers van de brug licht er echter nóg een uitdaging. Als een terriër ligt Thier de Nonceveux in de aanslag om voorbijkomende gelukszoekers in de kuiten te bijten. Met een hellingspercentage van 26, waarbij het omhoogkijken de helm in je nek drukt, is deze klim niet voor de lafhartige fietser.
Wellicht had het kuitenbijtersteam deze klim aan zich voorbij laten gaan, waar het niet dat zij geprikkeld waren door Herman die deze klim met Hubris moest bekopen.
Vriendelijke weilanden sieren het grindpad alsof haar afgrond niet bestaat. Men is voorbij de poorten van de E25 en ontsnapt aan de vlijmscherpe tanden van terriër Thier. Herman, er is maar één lot… terugkeren en de grommende Angstgegner in de ogen kijken! Bijtende honden blaffen niet…
Wie kent hem niet, de Stockeu. Deze helling, favoriet van de meester Merckx, maakt het onderscheid tussen het kaf en het koren in Luik-Bastenaken-Luik. Stijgingspercentages van boven de 20 en een percentage-wisseling per 100 meter maken haar een geliefde helling om zich te meten met de “groten der aarde”.
Mocht het ademen u nog niet moelijk vallen, zal dit bij deze aanblik zeer zeker gebeuren. Na enkele honderden meters weet je niet meer wat harder ruist, het water dat als een klein beekje de helling af stroomt, of het bloed wat als een hogedrukketel de trommelvliezen belaagt. Maar in de verte, na nog enkele pittige hellingswisselingen, gloort alweer de top. Het standbeeld van de meester wordt in het passeren met een vriendelijke knipoog begroet. Helaas blijkt dit punt niet het einde te zijn van deze martelgang. Wie nog een blik terug werpt over zijn/haar schouder, ziet de grote meester met een glimlach op de lippen zichzelf “verkneukelen” om zoveel onschuld. Qua lengtemeters zitten we hier pas op de helft van het parcours. De volgende percentages zijn weliswaar niet schrikbarend hoog, maar geven de renner geen tijd om zich te berusten in de gedane prestatie (het ideale punt voor een splijtende demarrage als u op weg bent met enkele liefhebbers !)
Boven aan gekomen kijken we nog eens terug naar het gehucht Stavelot , en besluiten om hem de volgende keer met meer wijsheid tegemoet te treden om zo niet nogmaals op de knieën gedwongen te worden. Maar enfin… doen wij dat niet met alle bedwongen hellingen?
Ver van alle Ardense provocaties ligt bij het plaatsje St. Martensvoeren de klim Rullen. Zij die haar eens beklommen hebben kunnen de vergelijking met de Keutenberg in het ‘Hollandse’ Schin op Geul niet weerstaan.
De conservatief zoekt de rust en regelmaat van Vrouwenbos, de avonturier neemt de handschoen welke Rullen haar werpt. Met de helft in lengte, ca. 600 meter, maar praktisch hetzelfde aantal hoogtemeters geeft zij de klimmer meer waar voor zijn geld dan haar zijdelingse zuster. Op de top aangekomen kunt u zich vergapen aan een van de mooiste panorama’s welke de Voerstreek kan tentoonspreiden. Meerdere routes liggen open voor uw wegkapitein. “La Clouse”, een nog jonge parel van vergelijkbare strekking maar met iets meer percentages, ligt op een steenworp afstand. Maar ook de optie van “Les Waides” zou via een omweg door het pittoreske Valdieu tot de mogelijkheden behoren. Laat u verassen door deze parel van de voerstreek.
In de contreien van Wandre, daar waar zij wordt geflankeerd door haar zusters Bois la Dame en Côte de la Xhavée, doemt Rue Tesny op als een niet te versmaden “amuse”.



In het centrum van Luik ligt er een klim die zich in één rechte lijn aan de stadse verkeersader en haar belendende terrasjes ontworsteld. Linea Recta met 12 % van de Place Saint Lambert naar het citadel dat Luik aan haar voeten weet. In de ruim 700 meter overbrugt deze steeg een kleine 85 hoogtemeters.
Daar voegt de Rue Pirreuse zich samen met het bitumen van Chemin de la Citadelle. De charme zit ‘m in de ‘setting’. De plaatselijke liégeois leunen daar nog tegen de deurpost terwijl ze de renners glimlachend nastaren. Uit een open raam klinkt de melodie van La Ballade des Gens Heureux. Het staat zo niet op de renners vertrokken gezichten te lezen, maar van binnen glimlachen deze Gens op hun bicicletten terug.
Wielerliefhebbers zijn nostalgisten pur sang….. Zichzelf wentelend in romantiek en historie.
In Milaan- San Remo worden de gladiolen gereserveerd voor de coureur welke zich het best spaart vóór de Poggio om erna zijn medestrijders er in de sprint op te leggen. De beste zal hier niet altijd winnen. In een Parijs -Roubaix of in “De Ronde” zal dit echter nooit het geval zijn. Op de kasseien kun je jezelf niet verschuilen.
Kasseien “bollen” namelijk niet. Niets is er zo ontgoochelend voor een stoempende renner dan gepasseerd te worden op een kasseienstrook door een opponent welke met soepele tred lijkt te zweven over de kinderkoppen. De kassei vraagt namelijk een bepaalde omwentelingssnelheid welke haast alleen lijkt weggelegd voor de echte “flandrien”. Duwen, trekken, malen, blik op oneindig…..als een trein op ramkoers !
Waarom dan die liefde voor de liefhebber voor de kassei?