Notice: Functie _load_textdomain_just_in_time werd verkeerd aangeroepen. Vertaling laden voor het twentytwentyone domein werd te vroeg geactiveerd. Dit is meestal een aanwijzing dat er wat code in de plugin of het thema te vroeg tegenkomt. Vertalingen moeten worden geladen bij de init actie of later. Lees Foutopsporing in WordPress voor meer informatie. (Dit bericht is toegevoegd in versie 6.7.0.) in /home/kuitenbi/domains/kuitenbijters.com/public_html/wp-includes/functions.php on line 6131
Cols en côtes – Pagina 4 – Kuitenbijters

Rue Laveu (Luik)

Rond de kerstdagen doet het team van Kuitenbijters.com traditioneel de binnenstad van Luik aan. Met haar sfeervolle kerstmarkt en een overvloed aan Kerstdelicatessen roepen de koude kasseien om een confrontatie. Veel hoogteverschil per vierkante kilometer en sprekende namen als Rue de La Seche, Rue Pireusse en vandaag; Rue Du Laveu!

Aan de voet van deze kuitenkraker ligt het station van Luik. Deels in aanbouw, zoals het Luik betaamt, ligt het moderne skelet als een wakende dinosauriër, grommend van aankomende en vertrekkende coupés. Daar waar een verloren toerist met haar koffers sleept, slepen wij ons zelfvertrouwen richting de Rue du Laveu.

De zondagochtenden zijn traag in het ’s nachts zo vibrante Luik. Als rookpluimen laten we wolkjes van gecondenseerde adem opstijgen wanneer we sur place de straatnaambordjes bestuderen. Het aanzicht van de heuvel verraad op het eerste zich niet de nr 7 van de ‘Kuitenbijters Zwaarste’. De routekapitein brengt soelaas door op een triviaal hellinkje te wijzen. Weliswaar getooid met kasseien, maar niet hetgeen we in ons geestesoog geschilderd hadden. “Hier overheen en dan aan het einde links!”, roept hij de voorlinie na. Rue du Laveu intimideert nog niet …..althans niet op haar eerste meters.

Haar aanloop is mild. Stukjes kasei, afgewisseld met verloren asfalt. Na de flauwe bocht toont zij haar ware aard. De meeste klimmers valt de baby blauwe moskee al niet meer op. Gemiste kans. Want hier zou een beleefde knik naar welke-god-dan-ook op zijn plaats zijn. Al was het maar om de moed te verzamelen die langs toeclips weg dreigt te vloeien. Al snel staat het hele gevolg op de pedalen. Een moskee, een bedevaart…en spieren die smeken om een suikerfeest. Op deze zondag roepen we álles aan. “Gauffre de sucre, Gauffre de sucre” mompel ik bij elke pedaalomslag. 20 procentpunten en het einde is nog niet in zicht! De vorst maakt het niet makkelijker. Op de steilste stukken worden we terug in het zadel gedwongen om een slippend achterwiel te vermijden. De voorste renners verraden het einde van deze beproeving met hun lyrische gejuich aan de top… althans de enkeling die niet in ademnood verkeerde.
Het uitzicht voor diegenen die over het stuur gebogen op hun kameraden wachten is dan ook magnifiek. De stad, de gedurfde architectuur en de pijn op de gezichten van je mederenners. Voldaan wordt de afdaling ingezet. Stapvoets waar gladheid op de loer ligt. Op Place du Lambert wacht warme chocolade met de aanbeden Gauffre de Sucre.

Rue Joseph Leclerq en Fonds du Chat (Jupille)

Wallonië telt bijna twee miljoen minder inwoners dan Vlaanderen; het grondgebied is dan weer iets groter. Desondanks zijn zeer in geslaagd 1700 km meer wegen aan te leggen dan hun Nederlandstalige landgenoten. ..

Zeventienhonderd kilometer, dat zit je vanuit Utrecht bijna in Milaan! De gevolgen voor zowel het uitzicht van het landschap als voor bijvoorbeeld nutsvoorzieningen zijn immens. Ook het onderhoud levert torenhoge problemen op waar Wallonië echter rigoureus mee afrekent: er wordt niet onderhouden. Een ander effect is dat voor de fietser in de gebieden rond grote steden zoals Luik de huizenloze hellingen schaars beginnen te worden. De Rue Joseph Leclercq is daar een goed voorbeeld van. Als derde helling vanuit het gehucht Moulins-sous-Fleron is zij een niet te onderschatten spakenkraker naast haar grotere nichten Rue des Heids en Heid de Chene. Wie de Rue des Heids komt afgevlamd en niet schuin links omhoog de Heid des Chenes op wil kan aan de overkant van de weg schuin rechts omhoog. Linksom aanhoudend nodigt de Rue Guefosse nog even uit tot een krachtpatserij op de 42 maar bij nummer 97 wordt het steiler. Bij de verkeersspiegel wijst een scherpe rechterbocht met een binnenhellinkje van misschien wel 40% je direct terug naar de kleinere verzetten. Vanaf hier is het zo’n vijfhonderd meter stoempen tussen protserige nieuwbouw die de weg van onder tot boven omzoomt. Een mooie straat, die Leclercq, maar ga er niet voor de verdrukte vergezichten.

Rue Fresart (Wandre)

Waaraan moet een klim voldoen om de naam klim waard te zijn? Je kunt legio elementen aanhalen maar lengte en hellingsgraad zullen altijd genoemd worden. De kuitbeet moet voelbaar zijn. Een bultje van 30 meter aan 20 procent zal door weinigen als klim beleefd worden maar de Kennedybrug zal ondanks haar lengte ook geen punten opleveren voor het bergklassement. Maar moet een klim een aanloop hebben? Wat mij betreft niet per se. Een aanlooploos en tegelijk een der meest verborgen klimmetjes onder de rook van Wandre is de rue Fresart; een curiositeit die zich niet leent voor opname in een deftig parcours. Jaarlijks wordt zij door honderden trimmers gepasseerd zonder zich prijs te geven. Zij leent zich dan ook uitstekend voor de truc van Bruyneel. Die vloog in de Tour van 1996 bij de afdaling van de Cormet de Roselend in een snelle linkerbocht pardoes het ravijn in. Live. De stem van de commentator stokte midden in de zin, de dood in de microfoon voelbaar tot diep in de huiskamer. Nog voor de versteende reporter zijn tekst hakkelend had teruggevonden was Bruyneel weer tot de levenden bekeerd, kroop gehavend op zijn mee omhoog gezeulde fiets en raasde verder de berg af. Vernauwd bewustzijn, zonder meer. De koers en niets dan de koers. Dokters? Na de finish graag. Een schitterend voorbeeld van de schoonheid van wielrennen versus de vadsigheid van voetballen. Waar voetballers minstens honderd gigabite over hebben om zich bij een val te beraden over het drama en theater op de grasmat, daar rest de renner bij een val hooguit de reflex van de achtervolging.
Maar we dwalen af; terug naar die truc met de doif. In de afdaling van de Bois la Dame (Wandre) kun je nog net in de tweede linkerbocht rechtsaf. Dat is de rue Fresart. Een onmogelijk straatje, gevormd door de onmogelijke vestiging van een paar huizen, geplakt tegen de helling langs de Maas. Het is even oefenen want de duik is dermate steil dat het lijkt alsof je de Eiffeltoren vanaf de derde verlaat. Argeloze metgezellen achter je zullen verbijsterd naar de remmen graaien; ook zij zullen met garantie hun tekst kwijt zijn. Ondertussen zal de duiker de onderkant van de afdaling bereikt hebben en met kakelende remmen vaststellen dat de Fresart ophoudt te bestaan bij die paar huizen. De vallei, verder beneden, kan slechts langs een trap bereikt worden. Niks uitbollen dus, de enige uitweg is terug omhoog en wel in de buurt van achttien procent. Vraag me niet hoe de “riverains” in de winter dit gat te boven komen. Maar in de zomer is het na minder dan tweehonderd meter op de kleinste weer kiekeboe en kun je regulier omlaag óf omhoog naar het onvermijdelijke kerkhof, bovenaan la Dame.

Rue des Montagnards en Xhavée

Straat van de Bergmennekes dus en daar is geen letter mee gelogen. Daar waar nu auto’s staan moeten vroeger paard en kar de steilte getrotseerd hebben; een wonder op zich. Tweehonderd meter na het begin van de Rue de la Xhavee sla je links steil omhoog een oprit in waarbij je de eerste keer al meteen gaat inschatten naar welke kant je het beste kunt omvallen. Maar veel ruimte om het antwoord te formuleren is er niet. De rue legt je direct een volgende keuze voor: in het midden van de straat staan ook huizen en je moet of links of rechts de smalle doorgang in. De helling heeft zich ondertussen zonder scrupules met 22% aan je opgedrongen. Natuurlijk sta je op de pedalen, de enige manier om niet achterwaarts van je zadel te glijden. Als er niemand geparkeerd staat heb je geluk. Indien wel is de kans groot dat je je klem rijdt tussen de auto en de gevel. Eenmaal deze passage voorbij is het nog een honderd meter stuipen op de kleinste. De aansluiting op de rechts liggende Xhavee en het vervolg ervan is ondanks zijn pittige stijgingsgraad een zalfje. Tot voor kort waren de laatste meters van de Montagnards volslagen ontdaan van verharding of asfaltering, gecombineerd met een voor deze streken voor de hand liggende stortplaats van de Locals. De gemeenteraadverkiezingen in oktober 2006 hebben voor een artificiële netheid gezorgd die in de komende zes jaar weer vanzelf naar zijn natuurlijke Waalse status zal evolueren. Boven aan de Xhavee kun je meteen links de Tesny afdenderen die in oktober ook al opnieuw geplaveid werd. Maar eerst afwachten hoe lang die riolering bovenaan nog open ligt.

Rue de la Sèche en Rue Coupée (Luik)

Voorzichtig pedalerend over de vorst die na een aantal koude dagen langzaam uit de voegen van de straten zich een weg naar boven weet te vinden zetten we koers richting de binnenstad van Luik. Op zoek naar gaufres Liégoise en de chocolat chaud die ons halverwege de nodige brandstof moet geven en waar we in de luwte van de winter toch nog een paar voor ons onbekende klimmetjes van ons lijstje kunnen strepen.
Met bedekte oren en een windstopper voor het lijf fietsen we langs het kanaal waar men zelfs onder deze omstandigheden met de kano over het ijzige water glijdt. En wij maar denken dat wij de enigen waren die met dit weer onder de kerstboom vandaan waren gekropen. Verscholen als een zwart schaap van de familie ligt vrijwel aan het begin van de Rue Fond des Tawes een steeg, niet breder dan 3 meter. Rue de la Sèche, op het eerste gezicht een gestaag oplopende weg die je meeneemt naar het sobere leven van de bewoners die nooit de ambitie of francs hebben gehad om zich elders te vestigen. Het wegdek is van de vertrouwde Luikse kwaliteit.
Het lijkt alsof het asfalt ooit vanaf het hoogste punt naar beneden is gestort en zichzelf een weg langs de deuren van het volk heeft gebaand. Wij mogen het vandaag vanaf de andere kant proberen. De reserves blijven de eerste 500 meter gespaard tot het moment dat de waakhond in de bocht naar links aanslaat. Dat is het moment dat de moed je in de schoenen zakt en je de resterende 300 meter met een welgemeende “miljaar” begroet. Op de pedalen lanceer je onder de druk van de 23 procenten de fijne steentjes onder het rubber van je achterwiel vandaan. Het kleinste verzet kraakt als ijs dat zijn vuurproef krijgt en met open mond trek je aan de rubbers op het stuur. Boven vergeet je even uit te rijden en draai je je om om te zien waarom wij hier komen. Waalser dan dit krijg je het niet!

Even verderop aan de Fond des Tawes ligt Rue Coupée, de gematigde evenknie van de verschrikkelijke Sèche. Het oude pad dat de doorgaande weg aan de kapel op de helling verbindt is geplaveidt met onverslijtbare kasseien in plaats van gescheurd asfalt. De plaatselijke clergie was bevoorrecht, maar dat helpt de eenzame fietser niet in zijn queste voor de top. Hoewel de helling minder steil is en er geen ‘bommetje’ op de laatste meters ligt, vraagt de klim om een technische rijstijl. Laverend, opzoek naar de beste gestraatte stenen. Soms het gootje, soms de afgesleten marges van het pad. Het is een mooie klim, waar het niet dat de uitzichten de renner onthouden zullen blijven. Zoals de ‘Sèche’ leent dit pad zich niet voor een afdaling. Klimmen is het devies!

Rue Bordelais (Saint Nicolas)

In diverse toertochten en cyclosportieven worden de hellingen van Luik-Bastenaken-Luik aangedaan. Côte de Wanne, Stockeu en de Redoute zijn voor menigeen geen onbekende meer. Met een verbeten grimas waant men zich voor even een echte Rooks, Bettini of Valverde. Vaak achterblijvend met de verbazing dat het op het beeldscherm een stuk makkelijker uitziet dan in werkelijkheid. Een pittige 20% laat zich niet zomaar verorberen. De route is dan ook al een beetje uitgemolken en echte verassingen komt men hier niet meer tegen. Echter, een helling blijft voor menigeen een grote onbekende: Côte de Saint-Nicolas!

Dé scherprechter op 5 kilometer voor de aankomst, gelegen in de wijk Tilleur. De zoektocht naar de helling is een avontuur op zich. Waar de profs zich na de Roche aux Faucons over snelweg, in tegengestelde richting, zich een weg banen naar de stad Luik moeten wij toeristen het doen met een ritje over de oude transitroute dwars door de stad. Niet de meest inspirerende omgeving voor een wielertoerist maar ons doorzettingsvermogen wordt beloond met een mooie klim. Een helling in het kloppende hart van Luik. Niet op de grote boulevards of tussen de karakteristieke kathedralen, maar tussen het volk waaruit menig groot coureur is opgestaan. Hier wordt de finale luidruchtig aangemoedigd door menig geïmmigreerde Italiaan, Portugees of Spanjaard die zijn hele werkende leven ondergronds heeft doorgebracht. De strijd welke op de helling geleverd word staat voor velen gelijk met hun eigen worsteling die ze bijna dagelijks gevoerd hebben om het hoofd boven water te houden.
De klim, in L-B-L vaak doordrenkt met zenuwen en adrenaline, draait zich met enkele prachtige bochten omhoog richting de wijk Saint-Nicolas. Met verbazing bekijk je de plek waar Vandenbroucke Boogerd als een schoolkind liet staan door simpelweg naar zijn groot blad te schakelen. Het tikje op de kont van Michael liet hij gelukkig achterwege!
Vertwijfeld kijk ik naar mijn tandjes en zie dat ik weliswaar ruimte genoeg heb om iets op te schakelen (een krans of 9!) maar helaas de benen en de moed ontberen om mijn Vlaamse mederijder het vuur aan de schenen te leggen. “Den Hollander” wordt wederom door de Vlaamse flandriën in de luren gelegd.!
Al klimmend wordt je door de plaatselijke bevolking aandachtig bekeken om dan met een schuddend hoofd hun pad te vervolgen. Ze zijn hier helaas beter gewend….
Boven aangekomen zijn er diverse opties waar de profs hun neus voor ophalen. Voor ons echter lonken de kasseienklimmetjes van de Vieux Thier de Tilleur , Rue Laveu en Rue Baltus.

Roche-aux-Faucons (Esneux)

Een kort berichtje in de krant in de week tussen de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix : “Voorstelling parcours Luik-Bastenaken-Luik…nieuwe helling…Roche-aux-Faucons…zal zorgen voor vroegere schifting…”
Een helling die we nog niet kennen? Enig zoekwerk levert al snel voldoende informatie op om op verkenning te gaan.
In het gehucht Hony, halverwege tussen Tillff en Esneux moeten we zijn, en daar de avenue de l’Eglise indraaien. Al snel stijgt de weg en voert ons in een sierlijke lus over een smalle spoorbrug. Het stijgingspercentage valt mee en ietwat overmoedig stellen we vast dat we al één derde van de 1400 meter achter de kiezen hebben. Dan worden de huizen schaarser, de weg heet nu rue d’Avister en wordt smaller…en steiler. Tussen 700 en 1000 meter dwingen percentages tegen de 15 ons terug naar een piepklein verzetje. En danseuse moeten we naar de kant van de weg om een afdalende auto te ontwijken. Dit biedt de gelegenheid even in te houden en een diepe adem teug te halen om de iets mildere uitloper naar de top te nemen. Deze côte is er eentje van het type Eyserbosweg of Haute Levée: steil, geen verrassingen, recht voor de raap, langer dan je dacht.

De beloning volgt: we komen boven in een prachtig beukenbos en duiken als bij de passage op een echte Alpencol onmiddellijk in een stevige afdaling van ongeveer een kilometer.

Waar blijft die Valkenrots? Die komt er, halverwege de tweede klim die onmiddellijk volgt. Hebben we tijd om even af te stappen en te genieten van het duizelingwekkende uitzicht over de hoefijzervormige meander van de Ourthe die honderd meter lager ligt te schitteren?

De vermetele koploper in L-B-L zal hiervoor geen oog hebben. Hij onttrekt zich op deze opeenvolging van een echte kuitenbijter, een snelle afdaling en een vervelende tweede bult met wind tegen langzaam maar zeker aan het zicht van de achtervolgers en ruikt reeds de geur van de overwinningsbloemen.De N63 waarlangs de renners zich als een steen naar de Maasvallei laten vallen is voor ons verboden gebied, maar als alternatief kunnen we hier de levensgevaarlijke weg behoedzaam oversteken en via Boncelles naar Seraing afdalen. Wie wil kan vervolgens via de rue Bordelais (Tilleur-St. Nicolas) en de rue Walthère Jamar (Ans) de finale van L-B-L voltooien. De bloemen liggen klaar…

Rampe de Renoupré (Verviers)

Langs de grote baan van Limbourg naar Verviers kan het zo maar gebeuren dat u een klein steegje, circulation locale, ontwaart die het de moeite van het verkennen waard maakt: “La Rampe de Renoupré” Het begin van de klim is het meest uitdagende van het gehele parcours. Vroeger moet het hier bezaaid zijn geweest met de geliefde Belgische kasseien. De ‘vooruitgang’ heeft ook in dit gedeelte van Verviers haar intrede gedaan. Of hiervoor ook Europese subsidie is aangesproken valt te betwijfelen, daar de kasseien zijn vervangen door haar betonnen tegenhanger de betonklinker.Misschien iets minder rustiek en wat makkelijker in het vinden van een goede lijn bergopwaarts, niettemin vindt u hier wel het steilste gedeelte van de klim. Een ware 19% zal u op de trappers dwingen om met een sprintje de 2 hectometers met een gemiddelde van 15% te doen laten slechten.
Het restant van het parcours laat zich goed doen. In het begin-van-de-rest rijgen zich mooie haarspelden aaneen en stuurt u door een mooie bossage naar het dorpje Andrimont boven op de helling. Vanuit hier is de stad Verviers goed te omzeilen door een afdaling richting Dison alwaar Le Mont wacht om uw kuiten te doen kraken…

Pied Monti (Ortho)

“Ik voel me niet zo lekker ………” Als ik om kijk zie ik het asgrauwe gezicht van mijn broer . Waar enkele luttele minuten geleden nog een gezonde blos op de wangen was te bespeuren, is deze nu verdreven. Enkele van de steilste hectometers van België hebben de bravoure aan de voet van de klim doen slinken tot twijfel waar we op deze zondagochtend toch in godsnaam mee bezig zijn.

Het begon allemaal zo fraai. Een weekendje met familie in de nabijheid van La Roche deed het fietshart enkele slagen harder kloppen. Zeker toen we de gele pijlen ontwaarden van “Le Criq” welke recht voor de deur van ons appartement in Mierchamps liepen.

Na een werkelijk prachtige afdaling naar La Roche lag de Pied Monti in het verschiet. Volgens de Cotacol “een van de sterkste helling ervaringen van België”.

Hiervan is geen woord gelogen. Na het brugje in Maboge over de Ourthe te zijn gepasseerd is het direct menens. Voor diegene welke nog denken deze puist op het buitenblad te kunnen slechten…… vergeet ‘t !!!

Harken , stoempen, trekken en doorbijten is het devies. Iedere lijn in het grijze beton is een volgend richtpunt om u zelf naar toe te slepen (hoe ze deze betonnen platen hebben kunnen storten zonder dat het cement de helling af gleed is trouwens een van België zijn best bewaarde staatsgeheimen)

Na een ruime kilometer is het ergste achter de rug. Er zit zelfs nog een klein dalinkje in de klim om de nietsvermoedende coureur weer wat moed in de schoenen te schenken. Helaas…. ( of gelukkig) volgt er dan nog een tergende 1,5 kilometer aan gemiddeld 6% richting Hubermont .

De helling ontleent een deel van haar bekendheid door de Vélomédiane Claude Criquilion, een pittige cyclosportive voor goedwillende amateurs en profs zonder contract alwaar hij een schifting tussen het kaf en het koren maakt, aan het begin van de rit. Haar 6e plaats in de Cotacol en de 44e plaats in de Kuitenbijtersindex geeft al aan dat er hier het best onder aan de klim “een jasje wordt uitgedaan”……..

Ourberg (Reuland)

Soms zijn regio’s zo verblindend mooi dat je jezelf constant betrapt op het rondrijden met een glimlach. Geen helling lijkt te zwaar en vanuit iedere hoek waait wind mee. Vriendelijke automobilisten die je geen strobreed in de weg leggen en strak gegoten asfalt. Een verademing van de Waalse gatenkaas welke we ieder weekend weer trotseren. Een fietserwalhalla pur sang….

Het dal van de Our, in de regio St. Vith, heeft alles waar de liefhebber van droomt. Verkeersluw maar toch voorzien van een nauwsluitend verkeersnet. Prachtige vergezichten met kabbelende waterloopjes . Indrukwekkende hellingen met kamikaze afdalingen. Alles gekruid met een vleugje Duitse “grundlichkeit”.

In dit kleine paradijs is het goed mogelijk dat u geen enkele medecoureur zult treffen. Hoe bestaat het dat er rond de regio Valkenburg in file het grind wekelijks uit de wegen gereden wordt en er op slechts 30 minuten rijden een nirwana op ontdekking ligt te wachten, het is ons een raadsel.

Een niet te versmaden amuse in deze regio is de Ourberg. Een naam welke oudheid doet vermoeden. De helling der hellingen? ……

Ze is er inderdaad een van uitmuntende schoonheid. Zich verheffend vanuit het dal met alle grandeur die een oude dame zich mag veroorloven. Zij zal u niet blootstellen aan schrikbarende percentage’s. De klim moet het hebben van de ‘Ausdauer”. De zichzelf alsmaar verleggende top lokt u naar boven om u bij het bijna bereiken van het “hoogtepunt” weer met een nieuwe climax te verleiden . Zoals een grand dame betaamt…. Het zuur voor het zoet…

Maar alle geleden smart is er dan ook niet voor niets. Het panorama-uitzicht in 360 graden is er een om van te watertanden. Ze gunt u een blikveld over deze prachtige streek gedomineerd door koningen en veldheren. Waar nu echter alleen het stalen ros regeert. Maar geen tijd te verspillen, …….. de Thommerberg verwacht u….