Soms zijn regio’s zo verblindend mooi dat je jezelf constant betrapt op het rondrijden met een glimlach. Geen helling lijkt te zwaar en vanuit iedere hoek waait wind mee. Vriendelijke automobilisten die je geen strobreed in de weg leggen en strak gegoten asfalt. Een verademing van de Waalse gatenkaas welke we ieder weekend weer trotseren. Een fietserwalhalla pur sang….
Het dal van de Our, in de regio St. Vith, heeft alles waar de liefhebber van droomt. Verkeersluw maar toch voorzien van een nauwsluitend verkeersnet. Prachtige vergezichten met kabbelende waterloopjes . Indrukwekkende hellingen met kamikaze afdalingen. Alles gekruid met een vleugje Duitse “grundlichkeit”.
In dit kleine paradijs is het goed mogelijk dat u geen enkele medecoureur zult treffen. Hoe bestaat het dat er rond de regio Valkenburg in file het grind wekelijks uit de wegen gereden wordt en er op slechts 30 minuten rijden een nirwana op ontdekking ligt te wachten, het is ons een raadsel.
Een niet te versmaden amuse in deze regio is de Ourberg. Een naam welke oudheid doet vermoeden. De helling der hellingen? ……
Ze is er inderdaad een van uitmuntende schoonheid. Zich verheffend vanuit het dal met alle grandeur die een oude dame zich mag veroorloven. Zij zal u niet blootstellen aan schrikbarende percentage’s. De klim moet het hebben van de ‘Ausdauer”. De zichzelf alsmaar verleggende top lokt u naar boven om u bij het bijna bereiken van het “hoogtepunt” weer met een nieuwe climax te verleiden . Zoals een grand dame betaamt…. Het zuur voor het zoet…
Maar alle geleden smart is er dan ook niet voor niets. Het panorama-uitzicht in 360 graden is er een om van te watertanden. Ze gunt u een blikveld over deze prachtige streek gedomineerd door koningen en veldheren. Waar nu echter alleen het stalen ros regeert. Maar geen tijd te verspillen, …….. de Thommerberg verwacht u….
Waar de drommen fietstoeristen zich opstellen aan Le Pied de Mur om de plaatselijke mythe aan hun palmares toe te voegen rust haar alter-ego op een steenworp noordwaarts. De Vieux Thier is niet met kalk geroemd, kent geen kapel aan haar zijde of Chapel aan de top. Deze oude reus verdraagt gestaag de verloren renners die haar pad kozen. Scheuren als rimpels op haar ziel dwingen de renner tot een zwalkende klim. Er ontgaat maar weinig aan de Encyclopedie Cotacol. Ook het knusse Huy baarde vier pagina’s met het klimwerk van de meest afzichtige soort. Echter, deze oude reus ontrok zich aan de indexering van Daniel Gobert en de zijne. Waarschijnlijk vanwege het eenrichtingsverkeer die de gezagsgetrouwen onder ons doen kiezen voor de ietwat saaie variant aan haar rechterzijde die de titel ‘Vieux’ niet op haar blazoen mocht dragen. Het Kuitenbijtersteam keek voorbij de roestige borden en koos voor een frontale aanval op Huy’s verborgen klim.
Wie niet ontmoedigd is door de aanblik van een kleine 20% die de renner vanaf de doorgaande weg aanstaart wordt in deze rit tot drie maal toe aan een psychische kwelling blootgesteld. De percentages, de scheuren en het losse grind beproeven de coureur. Daarbij lijken donkere wolken zich boven Huy samen te pakken wanneer de renner zich op de bossige passage waagt. Net wanneer hij alle zicht nodig heeft om zijn pad te bepalen trekt het zonlicht zich terug. Al stapvoets klimmend is het ontdoen van een zonnebril geen sinecure. Met een vertrokken gelaat kijkt hij over de rand van zijn bril heen om zo zijn pad te ontcijferen. Hier ontbreken de harde cijfers, maar wij konden niet anders dan vaststellen dat de helling ons hier op 20+ procentpunten trakteert. Op elke driesprong lonkt de afdaling naar links, maar de échte die hard kiest voor de pijn en ondergaat de 1000 meter als een eerbetoon aan de Reus van Huy.
Daar waar de Vesdre en de l’Ourthe in elkaar samen vloeien, ligt de heuvel waarop het dorp Embourg (gem. Chaudfontaine) is gebouwd. Met het beklimmen van deze heuvel verandert langzaam het landschap, van de grauwe stad Luik naar een groen Embourg. Ook de huizen worden villa’s en hebben hier grotere tuinen. Ik vermoed dat hier de Luikernaren wonen, die het geluk hebben om wat beter in de slappe was te zitten. Embourg is dus waarschijnlijk het Beverlyhills van Luik, daarmee niet uitsluitend dat Luik nog meer Beverlies kent. 

Le Rosier (‘de rozentuin’) is een van Belgisch’ klassieke heuvels. Er zijn een half dozijn wegen die naar de top leiden en daarin overtreft de een de ander in schoonheid. Hoewel het geen kuitenbijters zijn in enge zin, zijn ze door hun lengte en esthetiek de uitdaging zeker waard



Achter onze traditionele vertrekplaats in Pepinster gaf de Cotacol een van haar pronkstukken prijs. Met een grafiek alsof het een achtbaan betreft beloofde deze klim een psychologische kwelling. Vanaf de parkeerplaats nemen we niet, zoals gebruikelijk, de doorgaande weg richting Spa, maar kiezen voor het tunneltje onder de aangrenzende spoorweg.
klim biedt meer zicht, maar des te minder hoop. Net wanneer de kuiten beginnen te protesteren doemt er een rechtlijnig stuk parcours op dat door haar 20% de coureur met gevouwen armen en stalen blik ontvangt. Als een David die schoorvoetend zijn Goliath nadert, klimmen we verder. De adem, ritmisch en zwaar, begeleidt door een blik op de horizon verhuld door de ochtendzon. Geknepen ogen die in een
Op een steenworp van Malmedy, ligt het gehucht van Bervercé. Deze juwelendoos vol met schitterende paarlen claimt niet minder dan zes vermeldingen in de Encyclopedie Cotacol die zonder uitzondering ruim boven de 130 punten scoren.
breedte van de weg om de percentages te drukken. Dwars op de helling is het immers het best genieten van de bosrijke glooiing die de klim begeleid. Op driekwart van de klim lonkt het terras van La Ferme met een duivelse venijnigheid. Lof voor diegenen die de wilskracht tonen om ook de laatste 200 meter op de pedalen gaan staan om ook die meters te bedwingen. De dood of de gladiolen!
Voor diegenen waar fietsen en religie een verwantschap tonen is er het plaatsje Banneux. Dit hoog gelegen bedevaartsoord is een welkome place de fourage voor fietsers die de omringende hellingen hebben bedwongen of die naast Extran en dorstlessers dat beetje extra nodig hebben om hun bidon mee te vullen. Twee van die hellingen zijn de prachtige Cote de Trasenster Nord en Ouest. Beide hellingen scoren niet hoog in de Kuitenbijter-index, maar zijn vanwege hun esthetische karakter vermeldenswaardig. Het zijn hellingen met voor ieder wat wils. Haarspeldbochten, variatie in stijgingspercentage en adembenemende uitzichten. Eenmaal in Banneux aangekomen ligt er een lange afdaling in het verschiet die de prelude van de Redoute zou kunnen zijn.


Eigenlijk is dit geen verhaal over een klim………. het is er een van een afdaling. ….

Dé klassieker uit Luik-Bastenaken-Luik ! De Redoute is zo gevreesd als geprezen. Esthetisch haalt deze pukkel van de westelijke Ardennen het niet bij de bosrijke omgeving van Spa en de Haute Fagnes. De zweem van gesneuvelde trots maakt echter veel goed. Het is deze plek die in menig wielerseizoen de hoop van veelbelovende coureurs deed sneuvelen. De legendes zijn met grove kalk op het bitumen geschreven.