Tegen de grens van de Oost-kantons ten zuid-westen van het plaatsje Montzen (Plombières) ligt de Kinkenweg. Hoewel de gelijknamige weg al begint in Montzen zelf en al vals plat oploopt, ligt het begin van de eigenlijke klim aan het begin van het bos in de richting van Henri-Chapelle. De Kinkenweg is te bereiken door vanuit de weg Hombourg-Montzen (rue de Birken), even voor het einde van Montzen en net voor het spoor naar rechts de Kinkenweg in te slaan.
De zwaarste beproeving bevindt zich in het begin van de klim. Na net het bos betreden te hebben stijgen de percentages al gauw boven de 20%. Na een kleine 75m van deze strook, waarbij het voorwiel van de grond neigt te komen vlakt het weer af. Dan kun je een tijdje weer “op adem komen” waarna het slot er aan komt waarbij opnieuw percentages van rond de 18% behaald worden. Aan je linker kant zie je dan gelijktijdig “de lokale Tiger Woods” een balletje slaan. Jammer dat het middenstuk van de klim niet stijl genoeg is om na je na het beginstuk echt te laten lijden. Toch een echte kuitenbijter die mooi gecombineerd kan worden met bijvoorbeeld “Berg La Clouse” via afdaling Birven, of als opwarmer voor het “echte” werk meer zuidelijker.
Onder de rook van Luik liggen er twee kuitenbijters aan weerszijde van de weg Jupille – Fleron, die de liefhebber niet mag missen: Cote des Heids & Heids des Chenes. Hoewel ze geenszins mooi zijn maken ze deel uit van de meest uitdagende route tussen Visé en Trooz die het dal overdwars doorsnijdt. En trouwens, wie heeft er oog voor de weelderige natuur wanneer hij kromgebogen bijt in een helling van 21%?
Bij de bloembakken laat u de remmen los om de rug te rechten voor de klim richting Fleron. De pijn zit in de eerste meters van de klim. De weg is te smal om al laverend de percentages te omzeilen al vragen de gaten in de weg om een bedachtzame stuurmanskunst. Af en toe voelt uw stuur zo veder licht dat het bijna leidt tot een ongeplande wheelie. Zo moet het dus voelen om een fiets van drie-en-een-halve kilo te hebben… althans aan de voorkant, want het achterwiel lijkt van lood te zijn. Eenmaal boven slaan de zwarte vlekken toe en heeft de coureur een paar honderd meter vals plat om zich bijeen te rapen voor de afdaling richting Chaudfontaine. Via de mooie cotes de Foret of Bouny stevent u af op het groenbeboste dal van Trooz.
Onder de rook van Luik ligt het gemoedelijke plaatsje Tilff. Omarmd door twee steile heuvelruggen kabbelt het water van de Ourthe geduldig richting de Maas. Hier en daar ijsbeert een zenuwachtige wielrenner heen en weer over de karakteristieke brug met houten leggers. Alsof hij de confrontatie met de ‘decametrische muren’ (zoals de Cotacol waarschuwend meldt) niet aandurft. Bij het passeren wenken we hem met een uitnodigende knik met het hoofd, maar hij besluit wijselijk het juiste moment af te wachten… Zijn moment met La Heid de Mael. Een sur place voor aanvang van een van de grotere krachtsinspanningen van de regio. Eenmaal over de brug gekomen ontwaart zich op de T-splitsing van de hoofdweg en Cote de Boncelles, een smal paadje dat een meter of tien aan asfalt prijsgeeft voordat het zicht op de klim wordt weggenomen door het gebladerte. Het is een indrukwekkende 23% die ons even later uit het zadel dwingt. Zij met voorkennis van het verloop van de helling rekenen op de helende 100 meter die haar zalvende werking aanbiedt na deze amuse. Makkelijk wordt het echter niet meer. Na een 40 meter vraagt de klim een wending van 270° aan de coureur die hier al wenst dat hij de top kon zien. Het paadje leidt hem langs de her en der gebouwde huisjes waar de lokale bevolking de fietsers met een glimlach een hart onder de riem steken. Halverwege is er een vluchtroute die naar de doorgaande weg leidt die we onderaan links lieten liggen. De puritein houdt zich aan zijn voornemen de beker leeg te drinken en de ‘korte’ route richting het universiteitscomplex te nemen. De laatste 400 meter lijkt vals plat al overbuggen we hier toch nog enkele tientalle meters aan dénivellation. De liefhebber zet direct de afdaling in. Onder aan de doorgaande weg wacht nog een toetje voordat we de uitnodigende terrasjes van Tilff opzoeken. De
Onder aan de voet, waar de wegen van de Côte de Boncelles en de Heid de Mael zich scheiden, houdt zich nog een serieuze kuitenbijter schuil: Côte de Limoges De huisjes aan de linkerzijde van de Boncelles verhullen een steil paadje dat het beste van elke renner vraagt. Hoewel de klim maar 500 meter duurt is deze klim niet voor de modale toerist. Met een climax van 25% doet de relatief korte lenge er niet meer toe. De afwateringsgootjes maken er een heus hindernisparcours van. Eenmaal op het plateau gunt de helling de renner even rust voordat deze zich weer met de Côte de Bouncelles samenvoegt. De helling zet zich daar rustig voort met percentages van 6 a 7%.
Diegene welke zichzelf al een bezondigd hebben aan een weekendje klimwerk in het Ardenner landschap zal La Roche en Ardenne zeker kennen als en bedevaartsoort voor de renner welke de klim niet schuwt. “La Roche” ligt omklemd met bergketens van het “luie”soort maar ook de bijtende klim is hier voorradig. In de Cotacol wordt een van deze hellingen aangeduid als de zwaarste van België. Het betreft hier de Haussire Sud- Ouest met haar comfortabele aantal van maar liefst 363 punten. ( Op de kuitenbijtersindex moet zij echter genoegen nemen met een 69 ste plaats ) Klimmen op deze helling is een waar genoegen. Wars van druk verkeer of bebouwing leidt de klim u naar het hart van het nabijgelegen wildreservaat. Het geheel omlijstend met een kabbelend beekje welke u bijna de gehele rit tegemoet stroomt. Mooiere klimmen zijn er bijna niet denkbaar. Het begin van de helling vergt nogal wat puzzelwerk. Een steil steegje, Rue Saint-Quoillin, als zijstraat van de hoofdweg, geeft direct het “zwaartepunt” in 14 % prijs. Deze prelude laat zich makkelijk nemen, zeker als men nog beloond wordt met een lichte daling waarna de helling zich voegt in het gelid van de Sud- versie. We moeten bekennen dat de “zwaarste “helling uit de bijbel in den beginne niet zo aanvoelt. De eerste 3,5 kilometer gaan gepaard met redelijke percentages tot zo’n 7 %. De laatste kilometer maakt haar hoge notering echter meer dan waar. Hier komt ze niet meer onder de 10 % . De Haussire kent 3 versies. De bovengenoemde Sud – Ouest als zwaarste . De Haussire –Sud deelt het einde van haar zuster maar begint geleidelijker . De Haussire- Ouest is het pittiger einde van de Côte de Samrée.



kerkhof aan de top van de eerste stage kunt u de benen even strekken bij een lichte afdaling om andermaal de Bizon bij de horens te vatten. Le Parc a Gibier beloont u andermaal met de mooiste percentage’s in een strak stijgende lijn tot aan het wildpark . Probeer de verleiding van de Hoegaarden of Trippel te weerstaan en neem u voor om deze in uw afdaling als beloning voor het afzien te nuttigen. Maar eerst in gezwinde spoed de afdaling ingezet richting de laatste loodjes van de Haussire sud Ouest . De helling , al eerde geloofd op deze site, is als het ware de kers op de taart. Weg van alle stadsrumoer en dagjesmensen laat zij u genieten van een weergaloze natuur en authentiek Waals wegdek. Bij de top aangekomen kunt u zich opmaken voor uw eigen Kodak moment.






Het plaatsje Chaudfontaine, bekend van het mineraalwater, biedt genoeg klimwerk voor de échte die-hards. In een straal van 5 km ligt er een tiental hellingen voor het kleinste verzet. Twee daarvan, zij aan zij, bieden een mooi routealternatief voor enerzijds de bescheiden klimmer en anderzijds voor de pioniers van het vak die geen helling onbekropen laten. Rue Fond des Chris is de bescheiden variant en geeft, met haar gemiddelde helling van 7,5%, een goed idee van wat er zich in de Alpen afspeelt. De 2000 lengtemeters bieden een mooie voorjaarstraining voor diegenen met een fietsdrager en een Oostenrijk-vignet voor de zomer. Echter, aan de voet van Fond des Chris is er een zijweggetje , La Voie des Chars ( “uitzicht vanaf het karrenspoor” in authentiek Waals), aan de linker zijde van de weg. Voor diegenen die nog twijfelen is er geen hoop.
De eerste 100 meter biedt een grijze aanblik van asphalte-des-22% en daarmee geen kijk op het verdere verloop van de klim. Een heuse ego-breker! Maar er is troost voor diegenen die uit de clips moesten. De 1400 meter zijn relatief vlug lopend afgelegd om de ‘mindere goden’ die Rue Fond des Chris namen al puffend te verwelkomen in het plaatsje Ninane.

Welke renner heeft zich niet eens een echte coureur in Luik-Bastenaken-Luik gewaand wanneer hij zichzelf als een adelaar de Hautregard omlaag liet vallen. Met één oog op de voorganger en één oog op de meter om te zien of er nog snelheidsrecords gebroken kunnen worden. Adrenaline in gevecht met uw geweten om de snelheid zo hoog mogelijk op te voeren. 70 Km wordt hier dan ook met gemak gehaald.
Met een max aan 26% zal zij menigeen die haar probeert te temmen doen laten snakken naar lucht en een beter inschattingsvermogen. Om volgende keer toch maar de rechter optie te kiezen.
De enige dissonantie is echter dat de klim, op ca. halverwege het parcours, herenigt wordt met de Hautregard.
Op een steenworp van Spa doorklieft een weg de bossen van Staneux. Het een van die hellingen die de fietser op de kaart al aanspreken. Een solitair pad dat zich al stijgend een weg baant door uitgestrekte bossen. Reden genoeg om in Theux de doorgaande weg te verlaten en na de spoorweg rechts in te slaan. Na een kleine 1000 meter hebben we de laatste bebouwing achter ons gelaten en rest het gezelschap driekwart van de klim door het beloofde bos. De 17% helling die toegang tot de luwte biedt breekt de renner èn het wegdek op. Regenval lijkt hier delen van het wegdek weggespoeld te hebben. Het parcours zou dan ook niet misstaan op een mtb-route. Na de ontbering van het steilste stuk, waar de coureur nog de relatieve luxe kent van een 30 cm brede strook van asfalt, is het gedaan met de verharding. Al stuiterend werkt de renner zich opwaarts over de vuistdikke keien. Deze klim zou de allure van de Hestreux of Rue sur Steppes kunnen hebben, waar het niet dat het risico op lekrijden hier de uitdaging bepaalt. Het kuitenbijtersteam houdt zich aanbevolen voor de tip die wijst op een nieuwe poging de Devant te bestraten. De slagboom aan de top doet echter vermoeden dat de lokale autoriteiten deze route reeds tot de vergetelheid verbannen hebben.
Na ons de afgelopen maanden als het kuitenbijtersteam aan een breder publiek gepresenteerd te hebben is er een vreemd soort van dynamiek ontstaan. Trouwe lezers van deze site emailen hun suggesties en werpen en plain publique de handschoen tot het nemen van hun geliefde of verwenste col. Af en toe pikken er een aantal renners ons wiel voor een tour d’Ardennes. Zo ook vandaag. En hun suggestie was niet mals; Côte des Hezalles. Niets vermoedend namen we plaats op de plastic stoelen van de plaatselijke friterie. Met de Rosier, côte de Stockeu en de Wanneranval in de benen dachten we wel een kop thee verdiend te hebben. Onze gasten van die dag kozen de plek… niet zonder reden, zo bleek. “Dat jullie Les Hezalles nog niet gereden hebben”, opperde hij in zacht Vlaemsch. In onze tochten van de voorbije maanden was deze kluif nog nooit op het programma verschenen.
We wisten dat haar voet in Trois Ponts lag, maar door de veelvoud aan alternatieven was zij nog niet eerder bedwongen. Waar het niet dat het smeltende Ossewit onze aandacht trok, hadden we Les Hezalles vanaf het teras kunnen ruiken. Plagend leunde een van de Antwerpse gasten zijn stoel achterover en zei: “Maar jongens, zo dichtbij… die kunnen jullie als Kuitenbijters niet laten liggen.” Even werd het stil op de houten vlonder voor de fritenkot. Blikken zochten een glimp van de helling die op meters van het terras verwijderd was. Na enig verontschuldigend gedraai, op zoek naar een vergeefs excuus, namen we de stalen ros ter hand. Zwijgzaam klikten we in de toeclips en maakten een verkennende beweging rondom het kerkje dat de voet markeerde. Eenmaal de eerste meters ingezet was er geen terugkeer mogelijk. Noblesse oblige! ….. al was de fysieke onmogelijkheid om op het smalle stukje asfalt te keren mede debet aan de keuze om Les Hezalles de onze te maken. En het is in-der-daad geen sinecure. Vanaf de voet staart de muur van 23% ons recht in het gezicht. Vanuit het achterveld klinken de goed bedoelde woorden “na de haarspeld is het nog maar een stukje” als zout in een open wonde. Welk ego heeft ons doen besluiten om na vier kuitenbijters op rij deze ook nog eens te willen bestijgen? ‘Koud’ vanaf een aanlendend terras wel te verstaan! D’accord, na de Stockeu leek alles te overwinnen. Les Hezalles is het type klim die met een flinke dosis verbetenheid te kloppen is. Hoewel de percentages regelmatig de 20 overstijgen is het een klim die al vechtend te nemen is. Gewapend met een triple zijn de eerste 1000 meter op moed en een portie bravoere te slechten. Het korte intermezzo geeft dan dat beetje rust om ook de tweede stijging te nemen. Hoewel de kuiten daar kraken zijn de 14 procentpunten relatief goed te doen. Het restant van de klim vraagt om uithoudingsvermogen. De 7 a 8% behoedt het peloton van een rappe uitbraak op de laatste meters. Het verschil dat in de eerste hectometers gemaakt is blijft dan ook waarschijnlijk gehandhaafd tot aan de afdaling richting de doorgaande wegen naar Grand Halleux of Basse-Bodeux. Deze laatste plaats biedt de klim van de Ancient Barriere richting Rahier, maar de creatieve routekapitein zal kiezen voor de mooie Côte de Brume vanuit Trois Ponts of de Côte d’Aissômont richtig Wanne.
